De Hoge Bank van Zaltbommel | 1526 - 1600

Overzicht van 128 actes.

24-07-1526. Schepenen Roeloff die Raet Janss en Andries Geritss
Wij Roeloff die Raet Janss ende Andries Geritss scepen in Zaltboemell tugen dat voir ons
komen is Lambert Maess die Kremer ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont
gever penningen die hij giede dat hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff
doirsteken is ende alle tgehaut des brieffs als daer in gescreven steet Heer Reyner Vorsterman
canonick der kercken van Zaltboemell ende Theus Janss van Bruechem als Heilige Geest-
meysters ende tot behoeff der tafelen des Heiligen Geest van Zaltboemell voirss. erffelicken te
besitten Ende Lamert Maess voirss. verteech opten brieff ende op tgehaut des brieffs voirss.
gelovende doen te vertijen allen die gene die van sijnre wegen op den brieff ende op tgehaut
des brieffs voirss. mit recht vertijen sullen Hij geloeffden oick te waren van sijnre wegen
Heer Reyner Vorsterman ende Theus Janss tot behoeff als voirss. den brieff ende
tgehaut des brieffs voirss. jaer ende dach als recht is voir allen die gene die ten recht
komen willen Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven In orkonde
onser litteren Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ses ende tweyntich op
Sunt Jacops avont Apostell
Deze transfix behoort bij een akte in de Bank van Zuilichem, gedateerd 24-07-1526.
Transfix.
Hangt aan: 13-02-1516
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 90v / s. 148)
21-02-1528. Schepenen: Roeloff die Raet Janss en Elbert Geritss
Wij Roeloff die Raet Janss. ende Elbert Geritss. scepen in Zaltboemell tugen dat voir ons komen is Erck Jan Selkairtsdochter, echte huijsfrouwe Henrick Korstenss. ende sijnre volmechtich, heeft vertegen op allen recht ende toeseggen zij durch dode Jan Selkairt oeren vader voirs. bestorven mach wesen in huijs ende erff gelegen in der stat van Zaltboemel in die Koninckstraet tusschen Cornelis Thijssen ter eenre zijden ten oisten ende ter anderen zijden Gielis die Weever ten westen, streckende mitten enen eijnde ten noirden op die gemeijn straet voirs. off soe wie mit recht daer naestgelegen mogen sijn, tot behoeff Arien Peterss. erffelick te besitten. Zij geloeffden oick als voirs. van haere wegen alle voirplicht aff te doen van den selven. In oirkonde onser letteren gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert acht ende twyntich den een ende twyntichsten dag in Ffebruario
Met uithangende zegels van Roeloff en Elbert.
Afschrift staat in ORA Zaltbommel, inv. 304, f. 66.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 65
13-09-1528. Gerigtelyke getuigenis, afgelegd voor schepenen van Zalt-Bommel, dat in de wederzate of het verdrag van onzijdigheid, te Buren gesloten, het huis Poederooyen mede begrepen was.
In den jaer ons Heren duysent vijffhondert acht ind twyntich, den derthienden dach der maent Septembris.
Nijhoff, Gedenkwaardigheden, Deel 6B, nr. 1518 (pag. 931).
Authentiek afschrift in het pakket Karel van Egmond No. 2.
Hiervan (nog) geen afschrift gevonden in ORA Zaltbommel.
Bron: Overigen
08-11-1528. Schepenen: Matheus Janssen en Cornelis Lotthumss.
Korsten Janssen, Mechteld weduwe Jan Selkaert en haar dochter Lijn verkopen voor vijftig pond een huis en erf in de Coninckstraat aan Arien Peterssen “mit thijns die mit recht dair uut geet”.
Afschrift staat in ORA Zaltbommel, inv. 304, f. 74.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 29
01-04-1529. Schepenen: Jacop Roeloffss Janss en Roeloff die Raet Henrickss.
Transfix.
Hangt aan: 25-04-1518
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 231-3
19-05-1529. Akte waarbij Dirck Goessensz. en Andries Geritsz., schepenen te Zaltboemell, oorkonden, dat Gerit van Dijck beloofd heeft aan heer Gerit Vorsterman Woutersz., prior van het convent van de Regulieren in die stad, op het door hem van het convent gekochte erf in de Molenstraet slechts onder bepaalde voorwaarden te zullen bouwen.
Wij Dirck Goesensz ende Andries Gerritsz scepenen in Zalt-Boemell tugen dat voir ons komen is Gerrit van Dijck Jansz ende heeft geloefft heer Gerit Vorsterman Woutersz prior des convents van den Regulieren bynnen den stadt van Zalt-boemell gelegen tot behoeff den sementlicken werdigen heren ende kanonieken des convents voirs. to weten dat alsulcken tymeragie hije ende sijn naekomelinge tymmeren ende maecken sullen opten erve Gerit voirs. van den convents voirs. gecofft heeft gelegen binnen der stadt van Zaltboemell in die Molenstraet tusschen Willem Gerrits van Oijen ther eener sijden ten noirden ende ther ander sijden Ott die Raet streckende mitten enen eijnde ten westen op erffenisse der Regulieren voirs. ende mitten anderen eijnde op die gemeijn straet voirs. ten oisten; dat die selve tymmeringe ten ewigen dagen getymmert ende gemaeckt sall werden ende gedeckt mit harden dack. Item dat men op vier voet nae der Regulieren muur nyet tymmeren en sall.
Noch sijnt vorwairden dat men opten erve voirs. nummermeer taverne off herberge halden en sall noch oick smeden, cupers noch schuijtemaickers wonen en sullen. In oirkonden vurss. hebben gegeven het jair ons heren dusent vijff hondert negen ende twintich den negentienden dach der maent maij
Transcriptie door Beckering Vinckers, inv. 52, Boek 1, pag. 20.

Met de licht geschonden zegels van de oorkonders in groene was.
Dirck Goesens: voert een gedeeld schild; de ene zijde drie pals met een gans of zwaan en chef, de andere crenelé als de Arkels.
Andries Gerrits: rad of wiel.
Aantekening op achterzijde: Een conditionael brieff vant selve.
Gedrukt: Nederlandsch Archief voor kerkelijke geschiedenis, deel V (1845), blz. 266.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 578
29-06-1529. Schepenen: Jacop Roeloff Janss en Roeloff die Raet Henrickss
Wij Jacop Roeloff Janss ende Roeloff die Raet Henrickss scepenen in Zaltboemell tugen dat voir ons komen sijn Cornelis Thijssen ende Arien Peterss ende sijn mitten anderen overkomen to weten dat Cornelis Thijssen voirs. een gevelt leggen ende maicken sall op Ariens voirss. muer off fundament ende dat selve gevelt sall Cornelis voirs. ten ewigen dagen onderhalden op sijnen kost ende scade Des sall Arien Peterss voirs. in dat selve gevelt ten ewigen dagen gerechticht sijn to tymmeren ende anckeren ende andersins hoe dat wesen mach sonder yemants wederseggen Beheltelick soe wat hij breeckt inden voirs. gevelt sall hij weder laten maicken op sijnen kost Des soe ist bevoirwaert dat Cornelis voirs. niet vorder gerechticht en sall sijn in Ariens voirs. erff dan soe vuell het gevelt voirs. begrijpen sall ende vanden gevelt voirt affterwairt ten suden sall een yegelick bliven op sijnen alden pas ende heijndinge In oirkonde onser litteren gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert negen ende twyntich den naestlesten dach in junio
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 256
10-02-1530. Schepenen: Ghijsbert Naijensz en meijster Boudewin Henricksz
Wij Ghijsbert Naijensz ende meijster Boudewin Henricksz scepenen in Zaltboemell tugen dat voir ons komen is Ott van Malburch mit will ende consent Peter sijn echte huijsfrouwe ende heeft vercofft ...
.... huijs ende erff mit alle sijn toebehoren gelegen
inder stadt van Zaltboemell in die Nijstraet tusschen der armen gasthuijs geheeten dat Manhuijs ther
eenre sijden ten oisten ende ther ander sijden huijs ende erff toebehorende den clooster van onssen lieve vrouwen
broeders bynnen Schoenhoven gelegen ...
.... Roeloff die Raet Henricksz in enen eijgendom mit thijns ...
... In oirkonde
onsen litteren Gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert ende dertich den tienden dach in februario
Transfix.
Hangt aan: 15-04-1505
Aanhangend: 11-02-1530
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1810-2
11-02-1530. Schepenen: Ghijsbert Naijensz en meijster Boudewin Henricksz
Wij Ghijsbert Naijensz ende meijster Boudewin Henricksz scepenen in Zaltboemell tugen dat voir ons komen is Roeloff
die Raet Henricksz ende heefft uijtgegeven huijs ende erff met alle sijn toebehoren gelegen inden stadt van Zaltboemell
in die Nijstraet ... etc ...
... den clooster van onsen lieven vrouwen broeders bynnen Scoenhoven ...
.... welck huijs ende erff met sijn toebehoren voirsz. Ott
van Malburch vercofft heefft Roeloff die Raet Henricksz voersz. ....
... Ott van Malburch voirsz. tot behoeff sijns selffs ende tot behoeff Peter sijn echte
huijsfrouwe in eenre hueren te hebben ende te besitten ...
... In oirkonde onsen litteren gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert ende
dertich den ylfften dach in februario
Transfix.
Hangt aan: 10-02-1530
Aanhangend: 06-11-1561
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1810-3
10-10-1530. Schepenen: Egen Woutersz en Naijdo Roelofsz
Wij Egen Woutersz ende Naijdo Roelofsz schepen in Zaltboemel tugen dat Jan Auwrijn heefft geloefft Henrick die Groot thijns
sess gouden enckell? gulden ... etc ...
... uijt huijs ende erff gelegen bynnen der
stadt van Zaltboemell tuschen Jan Goris ther eenre sijden ten noirden ende ther ander sijden Dionijs Luijlofsz streckende metten
enen eijndt aen die Kerckstraet ten oisten voirt uijt alle sijne erffenissen ende guederen ....
.... Welck thijns voirsz. weert zaicken dat hij in alle jair
ewelicken opten voirg. termijn der betalinge nyet betaelt en weer .... etc ...
... In oirkonde onsen litteren Gegeven int jair ons heren dusent vijffhondert vijffendedertich den tiende dach
der maendt octobris
Transfix.
Aanhangend: 19-01-1544
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1816-1
23-12-1530. Vor Ghysbert Nagenss und Matheus Janss, Schöffen zu Zaltbommel, geloben Jan Rinck und Cornelis Lotthusen, dem Bruyn van der Schueren, Amtmann in Maasbommel (Boemell), Boelnielre und Tielerwaard (Tillrewerden), jährlich 200 Gulden Pacht zu zahlen.
Voor Ghijsbert Naijensz en Matheus Jansz, schepenen in Zaltbommel, beloven Jan Rinck en Cornelis Lotthums, aan Bruijn van der Schuren, ambtman in Bommel, Bommeler- en Tielerwaard, jaarlijks 200 gulden pacht te betalen.
SiegIer: die Schöffen.
Perg., Nr. 62. 2 Siegel.
Het regest bevat zoveel fouten dat een gecorrigeerde vertaling is toegevoegd.
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 362)
03-02-1532. Schepenen: Egen Wouterss en Dirck Auwrijn
Wij Egen Wouterss ende Dirck Auwrijn scepenen in Zaltboemell tuijgen dat Jan Vorsterman heefft geloefft Elijsabeth Zerisdochter thijns vijfftien stuvers Brabants off ander goet paijment daer voor in gelijcker werden alle jaer ewelijcke op Onser Liever Vrouwe Lichtmis dach te betaelen ende te boeren uijt een erff mit sijnen toebehoren gelegen bynnen die stadt van Zaltboemell in die Strickstraet tusschen Jan Lauwen ther eenre sijden ten noirden ende ther ander sijden Dirck Petersz, streckende mitten eenen eijnde op die gemeijn straet voirsz. ten oirsten off soe wie mit recht dair naestgelegen mogen sijn. Welcke tijns voirss. weert saecke dat hij alle jair ewelicken opten voirgen. termijn der betalinge niet betaelt en were, dan soe sall dair alle weke dair naestcomende een pene van enen halven stuver Brabants opten voirscr. thijns wassen ende gaen welcke pene tegader mitten thijns voirs. Elisabeth voirs. verhalen sall ende mach uutten erff mit sijn toebehoren voirs. soe wanneer zij niet langer en sall willen beijden. Ende Jan Vorsterman voirs. heefft geloefft Elisabet Zerisdochter voirs. den thijns voirs. ten ewigen daigen te waeren voir allen die genen die ten recht komen willen uuten erff mit sijn toebehoren voirs. Met voorwaerden toegedaen dat Jan Vorsterman voirs. den thijns voirs. alle jaer ewelicken opten voergen. termijn der betalinge lossen mach soe wanneer hem dat believen sall, in deser manijeren: inden ijersten met vijfftien stuver Brabans paijments voerschr. ende daer nae mit twelff gulden Brabants, twijntich stuver paijments voirs. voer elcken gulden voirs. gerekent, die voirgen. Elisabet voir die losse van den thijns voirs. op ennigen termijn der betalinge te betalen. In oirconde ....
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 60
09-04-1534. Schepenen: Naydo Roelofsz en Roeloff die Raet Henricksz
Andries Geritss heeft geloeft Cornelis Aertss tot behoef Peter Ingenhuijs ende Margriet wonende in Venlo sijn huijsfrou een thijns van vijf gouden enckel gul. van gewicht aent ende twyntich brabants gesalveerde stuver voer elcken gouden gul. gerekent op Sunte Pouwels Bekeringe (25 jan.) naistcomende te betalen ende te boeren uijt vierdenhalven mergen lants gelegen inden gericht van Zaltboemell op die Vercht tusschen dat Gasthuijs van Zaltboemell ther eenre sijden ten oisten ende ther ander sijden Johan van Bueren, streckende mitten enen eijnde noirdwairt op die gemeijnstege bij der stadt passten?
Transfix.
Aanhangend: 22-04-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 240-1
06-04-1536. Schepenen: Gijsbert Naijensz ende Cornelis Lottums
Copia. Wij Gijsbert Naijensz ende Cornelis Lottums scepenen in Zaltboemel tuigen dat mr. Jan van Rossem heeft gelooft Henrick Petersdr. tijns ses gulden brabants twentich stuijver brabants voor elcken gulden voersz, to weten den snaphaen voor ses stuijvers brabants ende een oort gerekent op S. Martens dach inde wijnter naestcomende ... etc ... uut huis ende erff gelegen binnen der stadt Zaltboemel, tussen Jacob Matheusz ter eenre sijde ten noirden, ende ter andere sijde Willem Henricsz streckende metten eenen eijnde op die Kerckstraet ten oosten, voirt uut alle sijne erfnisse ende goederen .... etc ....
Ende mr. Jan van Rossem voersz. heeft geloeft Hanrick Petersdr. voersz. ten tijns voersz ten ewigen dage te waren voor alle die gene die ten recht comen willen uut huijs ende erff ende alle erfnisse ende goederen voersz. Met voorwaerden toegedaen dat mr. Jan voersz den tijns voersz. alle iaer ewelicke opten voergn. termijn der betalinge lossen mach .... etc ....
In oirconde onser letteren gegeven int iaer ons heeren duijsent vijffhondert sesendartich den sesden dach inden April.
Desen voersz. brieff heeft Peter Maesz voor ss. Jan die Vael ende Mateus Hanrixsz opgedragen Elbert Maesz ende mr. Jan de Bije als weesmrn. inder tijt ende tot behoeff der weesen binnen Boemel opgedragen den 30 martij aº 1589. Ende in dorso des eerst voersz. briefs stont gescreven, desen tijns brieff is gelost ende betaelt aende weesmrn. binnen Boemel. Ende was onderteeckent Jan Boshuijs.
Dit afschrift staat in ORA Zaltbommel, inv. 311, folio 180v
Bron: Overigen
05-06-1537. Schepenen: Jacop Roeloff Jacops en Roeloff die Raet Hanrickss.
Gerit Jacopss belooft Franck Goertssen van ’s Hertogenbosch een thijns van een gouden Phil. gulden uit zijn huis in de Jan Haeckenstraat.
Transfix.
Aanhangend: 31-08-1555
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 236-1
06-08-1537. Schepenen: Gijsbert Naijensz en Cornelis Aertsz
      Copie
Wij Gijsbert Naijensz ende Cornelis Aertsz scheepenen in Saltbommel tuijgen dat Gijsbert Wang Dircxsz heeft gelooft Willem Schoock tot behoeff des Ed. heeren Walraven van Arckel heere tot Weerdenburch ridder thijns eene gulden Brabants drie snaphanen met twee stuijvers voorden gulden voorsz. gereeckent, off ander goet paijement ....
... uijt alle sijne erffenisse ende goederen ....
PAS OP: de afschriften in dit tijnsboek bevatten fouten, o.a. in namen.
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1635
19-11-1537. Schepenen Egon Woutersz en Jacob Roeloff Jacobsz
Cornelis soone Wouter Francken ende Peter Ariensz, hebben bekent voldaen te weesen, van een tijnske van eenen Hoorns gulden iaerlicks, twelck Huijbert Hanrixsz opden 19 dach der maent novembris, int iaer duijsent vijfhondert seven en dartich, voor scepenen Egon Woutersz ende Jacob Roeloff Jacobsz, uut huijs ende erff binnen deser stadt, tussen Jan Hanrixsz ter eener sijde ten noirden, ende Gerit Tijsz ter ander sijde ten suijden, streckende voorts met den eenen eijnde op Jan Petersz ten oosten, ende met den andere eijnde neffens des stats muijre ten westen, aut qui etc. modo competerende Hanrick Schoock als momber sijner huijsfrou Hillegund Cornelis van Boemel, te vooren weduwe was van Jan Berntsz vander Haere losbaer met seventiendalven Hoorns guldens, welcken tijnsbrief voersz. Splijnter Petersz opten 22. meij sjaers 1585 voor scepenen Jacob Jansz ende Eewalt Jansz, gecedeert ende opgedragen heeft aen Margrietken Gijsbert Corstens dr. van Gameren. Actum den maants Julij 1637
Bron: ORA Zaltbommel, inv. 315, f. 159v
Transfix.
Aanhangend: 22-05-1585
Bron: Overigen
24-06-1538. Schepenen: Roeloff die Raet Janss en Arnt Schoeck
Wij Roeloff die Raet Janss ende Arnt Schoeck scepenen in Zaltboemel tuijgen dat Jacop Storm heeft geloift Egen Dirck Ghijsbertss thijns vier gulden brabantz twintich stuver brab. genc ende geve indertijt der betalinge off drie goede Geld. snaphaenen mit twee stuver daer op voir elcken gulden voirs. gerekent ende den golden Geld. rijder gulden voir vijff ende twintich stuver, opten Korsdach naestcomende ende soe voirt jairlix opten Korsdach te betalen ende te bueren uijt huijs ende erve gelegen binnen Boemel in die Boschstraet tusschen Matheus Jacopss ter eenre sijde ten noirden ende Jan Thomaessen? ter andere sijde ten zuijden, streckende mitten eenen eijnde ten oosten op die straet voirscr. off soe wie mit recht daer naest alomme gelegen mogen sijn. Voirt uijt allet gene dat hij nu ter tijt off hier naemaels ennichsins vercrijgen mach in den gerichte van Zaltboemel gelegen, welcken thijns voirscr. weert zaeck dat hij alle jaer ewelicken opten termijn der betalinge nyet betaelt en weere dan soe sal dair alle weke daer naestcomende een peen van anderhalff stuver brab. genck ende geve opten voirscr. thijns wassen ende gaen etc ..... mit voirwaerden toegedaen dat Jacop Storm voirscr. den thijns voirscr. alle jaer ewelicken opten voirg. termijn der betalinge lossen mach, soe wanneer hem dat believen sal in deser manieren Inden iersten mit vier gulden brab. als voirscr. sijn voir den thijns voirs. ende daer nae mit soevenentsoeventichstenhalff gulden paijmentz voirscr. den? voirg. Egen Dirckss voir die losse des thijns voirs. op ennigen termijn der betalinge te betalen mit allen verschenen verlopen onbetaelden thijnssen. In oirconde etc .... Datum .....
Transfix.
Aanhangend: 06-11-1579
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 263-1
03-02-1539. Vor Andries Geritsen und Jacob Roel{ff Janss, Schöffen zu Zaltbommel}, bekundet der geschworene Bote der Stadt Zaltbommel, daß Aert die Kock Duls und Egen Dircks einen Schuldanspruch an Bruyn van der Schuren haben, worauf dessen Güter in der Kirche von Zaltbommel ausgeboten und dann durch den Procureur Adriaen Fey an Aert Scoeck ver­kauft werden.
Siegler: die Schöffen.
Perg., Nr. 75, hieran Transfix 1539 Februar 4 (Regest 378), 1539 Februar 5 (Regest 379) und 1539 Juli 20 (Regest 380), beschädigt durch Mäuse. Siegel Geritsens beschädigt, das Jacob Roelffs erhalten.
Transfix.
Aanhangend: 04-02-1539
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 377)
04-02-1539. Vor Andries Geritsen und Jacob Roelff Janss, Schöffen in Zaltbommel, verkauft Aert Scoeck die Verkaufsurkunde des Procureurs Adriaen Fey sowie der Aert die Kock Duls und Egen Dircks an Aert die Kock und Egen Dircks.
Siegler: die Schöffen.
Perg., Nr. 75, als Transfix an Urkunde 1539 Februar 3 (Regest 377). Siegel des A. Geritsen beschädigt, das Jacob Roelffs erhalten.
Transfix.
Hangt aan: 03-02-1539
Aanhangend: 05-02-1539
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 378)
05-02-1539. Andries Geritsen und Jacob Roelff Janss, Schöffen in Zaltbommel, bekunden, daß Aert die Kock und Egen Dircks die von ihnen gekauften Güter Bruyns van der Schuren im Gericht Zaltbommel dem Adriaen Fey übergeben haben.
Siegler: die Schöffen.
Perg., Nr. 75, als Transfix an Urkunde 1539 Februar 3 (Regest 377). 2 Siegel.
Transfix.
Hangt aan: 04-02-1539
Aanhangend: 20-07-1539
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 379)
20-06-1539. Akte waarbij broeder Thomas van den Bosch, prior, broeder Johan van Nymweghen, supprior, broeder Wesselus van Zutphen, procurator, broeder Gerit van Doesburch, broeder Herman Reyersz., broeder Jacob Aertsz. die Wynter en verdere conventualen van het Regulierenklooster, vroeger buiten, nu binnen de stad Zaltboemell gelegen, verklaren verkocht te hebben aan Mr. Aernt Selkaert, priester en kanunnik van de kerk in genoemde stad, een rente van tien gouden rijders per jaar, gaande uit de kloostergoederen.
......
In oirkonde soe hebben wij prior des convents segel beneden desen openen brieff gehangen en hebben voirt Andries Gerrits ende Roeloff die Raet Henricks als schepenen der stadt van Zaltboemell van alle dese voirwaerden betuijcht gegeven.
Oirkonde der wairheijt hebben wij schepen voirs. onse segelen hier mede aen desen brieff gehangen. Geschiet int jaer ons heeren dusent vijffhondert ende negen ende dertich den twintichsten dach der maent junij
Transcriptie door Beckering Vinckers, Inv. 52, Boek 1, pag. 21 (hier niet helemaal opgenomen).

Met de geschonden zegels van Andries Geritsz. en Roeloff die Raet Henricksz., schepenen te Zaltboemel, in groene was. Het conventszegel is verloren gegaan.
Roelof die Raet: drie granaat-appels of andere vruchten. [door B.V. bijgeschreven: “schaatsen!”]

Gecancelleerd. De rente is blijkens twee aantekeningen op de achterzijde in 1595 door Mr. Arent Selkart vermaakt aan zijne trouwe dienstmaagd Janneke, en op 27 januari 1723 afgelost.
Ten dele gedrukt: Nederlandsch archief voor kerkelijke geschiedenis, deel V (1845), blz. 270.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1892
20-07-1539. Vor Adriaen Fey und Jacop Roelff Janss, Schöffen in Zaltbommel, verkauft Adriaen Fey als Procureur des Aert die Kock Duls und Egen Dircks die als Transfixe angehefteten Verkaufsurkunden dem Meister Jacop van Muers.
SiegIer: die Schöffen.
Perg., Nr. 75, als Transfix an Urk. 1539 Februar 3 (Regest 377). 2 Siegel.
Transfix.
Hangt aan: 05-02-1539
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, 380)
1540. Adriaen Fey, Roelff die Raet Janss, Jacop Roelff Jacobss, Matheus Janß, Jacop Roelff Janss, Roelff die Raet Henrickss, Maes Janss und Henrick die Groet, Schöffen in Zaltbommel, bekunden, daß vor dem Richter der Stadt Zaltbommel und ihnen Frederick van Duern einerseits und Aelbert Janss als Prokurator des Bruen van der Schueren anderseits sich wegen einer Schuldforderung verglichen haben.
Datum: 1540 ..... 21
Siegler : die Aussteller und Parteien.
Perg., Nr. 75a. Alle Siegel ab, bis auf das Jacob Roelff Janss.
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 381)
14-10-1540. Schepenen: Adriaen Feij en Hanrick die Groot
Wij Adriaen Feij ind Hanrick die Groot scepenen in Zaltboemell
tugen dat Gherit Wemmerss. heeft gelooft heer ind mgr.
Hubert de Ghier als inder tijt procuratoir van eenen
gasthuys binnen der stadt van Zaltboemell gelegen opten kerckhoff
genaempt heer Fredricks Molyairts gasthuys voirt tot
behoiff den zelven gasthuys voirss. thijns dordenhalven gulden
brabants tweijntich stuiver brabants gelijck als tot Zaltboemell
genge ind geve zijn voir elcke gulden voirss. ind die
golde croen mytter sommen voir twee ind veertich stuver
gerekent off ander goet payment in gelijker weerde
op Sunte Nicolaes dach naestcomende over een jair
ende daer nae alle jair euwelicken thijns derden halven gulden
brabants als voirss. sijn off payment dair voir als voirss.
steet jairlix op Sunte Nicolaes dach the betalen ind tho
buren uuth huys ende erff binnen der stadt van Zaltboemell
gelegen in die Gamersche straet tussen die erffg. Hanricx
die Smytmaker ther eenre sijden then oosten ind ther ander
Eghen Wouterss. streckende voert mytten eenen eijnde op
die gemeijn straet vurss. then zuijden off soe wie met recht
dair naest all west omme gelegen mogen sijn. Voirt uuth
alle 't gene dat hij nu ter tijt heeft off hier naemaels
eenichsins vercrigen mach in den gerichte van Zaltboemel
gelegen. Welcken thijns voirss. weere sake dat hij alle
jair euwelicken opten vurg. termijn dach der betalinge
nyet betailt en weert dan soe sall daer alle weken
dair naistvolgende eenen peene van eenen stuver
Brabants genge ind geve opten voirss. thijns wassen ind
gain. Welcken peen te gader mytten thijns voirss. meester
Hubert de Ghyer voirss tot behoiff als voirss. verhalen
sall ende mach uuth huys ind erff ind alle goets voirss.
soe wanneer als hij's nyet langer beijden en will. Ende
Gherit Wemmerss voirss. heeft geloift meester Hubert tot
behoiff als voirss. den thijns voirss. then euwigen dagen the
waren uuth huys ind erff ind alle goets voirss. voir
alle die gene die then recht comen willen. Myt vorwaarde
toegedain dat Gerit Wemmerss. voirss. den thijns voirss. alle
jair euwelicken opten voirg. termijn der betalinge lossen mach
soe wanneer als hem dat lusten ind believen sall in deser
manieren ynden yersten met dordenhalff gulden Brabants
als voirss. zijn off payment daer voir als voirss. steet voir
den thijns voirss. ind dair nae met veertich gulden Brabants
payments voirss. ten euwigen rectoer off procuratoir
des gasthuys ind tot behoeff des selven gasthuys voirss.
voir die losse des thijns voirss. op eenige termijn der
betalinge tho betalen myt allen verlopen ombetaelde
thijnssen. In oirconde onser litteren gegeven int jair ons Heren
duysent vijffhondert ind veertich den veerthienden
dach octobris.
NB. dit afschrift is doorgehaald.
Bron: Cartularium van het Gasthuis van Frederick Moliaert aan het kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566 (f. 11v)
29-11-1540. Matheus Janss und Henrick die Groet, Schöffen in Zaltbommel, bekunden, daß der geschworene Bote der Stadt Zaltbommel eine Schuldforderung des Frederick van Duern an Bruyn van der Schuren angemeldet und die Besitzer der Güter Meister Jacob von Muers und Jan Rinck darum gemahnt hat, worauf nach Aufgebot in der Kirche von Zaltbommel vor den Schöffen Adriaen Fey die Güter Bruyns van der Schuren im Gericht Zaltbommei an Henrick Janss verkauft.
Siegler: die Schöffen.
Perg., Nr. 76. 2 Siegel.
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 382)
28-03-1541. Roelff die Raet Janss, Jacop Roeiff Jacopss, Andries Gerits, Matheus Janss, Henrick die Groet, Jan Roelffz, Jan Wauterss und Henrick Morinck, Schöffen in Zaltbommel, bekunden, daß vor dem Richter von Zaltbommel die Procureurs des Henrick die Ruyter und des Bruyn van der Schueren sich wegen einer Forderung verglichen haben.
Siegler: die Schöffen.
Perg., Nr. 77. Von 8 Siegeln das 2. und 4. ab, das 5. und 6. stark beschädigt.
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 383)
23-05-1541. Jan Roeloffs en Hanrick Morinck
Wij Jan Roeloffs ind Hanrick Morinck schepenen in Zaltboemel tuijgen dat Jan Hubertss heefft geloeft Gertruijt naegelaeten wedue Willem Janssen tijns enen gulden brabantz ..... te betalen op Sunte Peters dach ad Cathedram uit huijs en erf in de Gamersche? straet tusschen erfgen. Jan Aertssen ten noorden end erfgen. Jan Ghijsbertsen ten zuijden ... etc ...
Transfix.
Aanhangend: 21-11-1546
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 210-1
18-02-1542. Afschrift van een akte houdende een nadere bevestiging uit 1542 van de in de vorige akte bescherven rente en aantekening van aflossing van de hoofdsom in 1723.
Wij Henrick Morinck ind Dirck de Ghier schepenen in Zaltboemell tuijgen dat voir ons komen sijn die werdige ind religiose heren Thomas Goessens prior ind Herman Reijersz supprior inder tijt myt die gemenen heren des convents ind cloesters van den Regulieren bynnen der stadt van Zaltboemell ind hebben eendrechtelicken myt ripen raedt wijll ind consent hoere all om wailfaren oers convents ind scade tho sculden voer oer ind oere nakomelingen vercoeft ind geloefft heer ind meister Aernt Selkert priester ind canonik der kercken van Zaltboemell thins thien gouden Geldersche rider gulden goet van goude ind gerecht van gewicht off vier golde Geldersche rider genoempt snaphanen van den besten mit enen stuver Brabants voer elcken gouden Gelderschen rider gulden gerekent geng ind geve allet gemunt voer datum des brieffs op onser liever vrouwen dach purificationem Marie nest komende ind daer na alle jair eweliken thins thien gouden Gelderschen rider gulden paijement vurs. jairlix op onsen lieven vr. dach purif. thot enen thins recht ind onser stadtrecht sonder ennijghe indracht exceptie daer op tho maken tho betalen heffen ind bueren wuijt alle guederen ind erffenisse rede ind onrede ruerende ind onruerende die dat convent van der Regulieren vurs. nu ter tijt heeft off hijer namaels ennichsins vercrigen mach in den gerichte van Zaltboemell gelegen, welcken thins vurs. weert zaeck .... etc, etc ....
Int jaer ons heren duijsent vijffhondert twee ind veertich den achtienden dach der maent februarii
Transcriptie: Beckering Vinckers, inv. 52, Boek 1, pag. 25.

Met fragmenten van het zegel van de eerste oorkonder en van het conventszegel, beide in groene was. Het zegel van de tweede oorkonder is verloren gegaan.
Gecancelleerd. De rente is blijkens twee aantekeningen op de achterzijde in 1595 door Mr. Arent Selkart vermaakt aan zijne trouwe dienstmaagd Jenneke, en op 27 januari 1723 afgelost.
Ten dele gedrukt: Nederlandsch archief voor kerkelijke geschiedenis, deel V (1845), blz. 272.

NB. dat betreft ORA Zaltbommel, inv. 331, pag. 2v. De aflossing werd gedaan door de magistraat van Bommel, aan Johan Goris, als procuratie hebbende door de heer Hendrick Selkart Heer van Camerijck en den Hondijk, voor schepenen van Rotterdam dd. 19-1-1723.
Bron: Archieven van de stad Zaltbommel (1293) 1327-1815, inv. 1893
1543. Hendrick die Groot en Dirck de Gier schepenen in Bommel getuigen dat Joachim van Giessen een thins schuldig is aan Johan van Bueren.
1e van 3 transfixen die blijkens een + voor de aantekening vernietigd zijn.
Transfix.
Aanhangend: 1550
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Neerijnen)
19-01-1544. Schepenen: Henrick die Groet en Henrick Morinck
Wij Henrick die Groet ind Henrick Morinck schepenen in Zaltboemell tugen dat ick Henrick die Groet
hebb vercoeft ind opgedragen ...
... den brief daer desen daer desen tegenwoerdigen brief duersteken is ....
.... heer ind meester Aert Selkaert priester erffelick te besitten ...
..... In oerkonde onser letteren Gegeven int jaer ons heren duijsent vijff hondert
vyer ind veertich den negentyenden dach des maent januarij
Transfix.
Hangt aan: 10-10-1530
Aanhangend: 14-01-1548
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1816-2
22-07-1544. Schepenen: Roeloff die Raedt Janss en Andries Geritss
Wij Roeloff die Raedt Janss ind Andries Geritss schepenen in Zaltboemel tuijgen dat heer Ghijsbert Peterss Roever, priester ind canonick der kercken tot Zaltboemel heeft geloeft meijster Jan van Rossem ind Jasper van Rossem tot behoeff Wijlhem oiren neeff, s’heeren Hanricx van Rossem deken tot Zaltboemel zelliger natuerlicken soen, thijns sess gulden Brabantz, tho weten den Gelderschen snaphaen voer sess stuver min een oert ind den gauden Gelderschen rider-gulden voer vyerindtwentichstuver gerekent, voert alle ander gauden ind silveren paijment nae advenandt in geliker weerden op den heijligen Paeschdach naestkomende ind daer nae alle jaer ewelicken thijnss sess gulden Brabantz paijementz vurscr. jaerlicx op den heijligen Paeschdach tho betalen ind tho bueren vuijt huijs ind erf binnen der stadt van Zaltboemel gelegen aen den Kerckhoff tusschen huijs ind erfenisse des conventz tot Huesden ther eenre sijden then oesten ind ther ander sijden then westen een vrouwen gasthuijs opten Capelhoef, streckende voert mit den enen eijnde op den wech bij der stadtmuer then suijden ind myt den anderen eijnde opden Kerckhoff voirscreven then noerden, off soe wije myt recht daer naest allomme gelegen muegen sijn, welcken thijns voirscr. waert zaecke, dat hij alle jare ewelicken opten vurg. termijn der betalinge nyet betaelt en weer, dan soe sall daer alle weken daer naest komende een pene van twe stuver Hollants geng ind geve opten voirs. thijns wasschen ind gaen Welcke pene tegader mitten thijns vurscr. meijster Jan ind Jasper tot behoeff als vurscr. verhalen sullen ind muegen vuijt huijs ind erff vurscr. soe wanneer als sij nyet langer en sullen wyllen beijden Ende heer Ghijsbert vurscr. heeft geloefft meijster Jan ind Jasper tot behoeff als vurs. den thijns vurscr. then ewigen dagen tho waren vuijt huijs ind erff vurscr. voer allen dye then recht comen wyllen myt vorwaerden toegedaen dat heer Gijsbert vurscr. den thijns vurs. alle jaer ewelicken opten vurgen. termijn der betalinge sall muegen lossen soe wanneer hem dat believen sall in deser manyeren Inden yersten myt sess gulden Brabants twentich stuver paijementz vurscr. voer elcken gulden vurscr. voer dye betalinge des thijns vurscr. ind daer nae myt hondert gulden Brabantz paijementz vurscr. den vurgen. Wijlhem voer die losse des thijns vurscr. op ennijge termijn der betalinge tho betalen myt allen verlopen onbetaelde thijnssen Noch yst vorwaert in dem? Wijlhem vurscr. sterft ind afflivich wordt sonder echte lijefsgebuerte na te laten soe sall als dan desen thijns mytter hoeftsumme vurscr. myt vollen recht komen erven ind besterven op meijster Jan ind Jasper vurscr. off op oeren rechten erven. In oerkonde onser litteren gegeven int jaer ons heren duijsent vijffhondert vyer ind veertich den twee ind twentichsten dach der maent Julii
Transfix.
Aanhangend: 05-12-1577
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 223-b1
28-10-1544. Schepenen: Jacop Roelofsz Jacopsz en Dyrck die Wynter Aertsz
      Copia
Wij Jacop Roelofsz Jacopsz ende Dyrck die Wynter Aertsz scepen in Zaltboemel tuijgen dat vur ons koemen is Bessel Hagestaudts Jans dochter myt oeren gekoren momber ind heeft vercoefft ind opgedraegen vur hondert pont gever penningen die sij gijeden dat oer betaelt sijn allet goetz daer sij ennichsyns durch doetlicken affganck oere broederen ind suster ennichsyns inne bestorven is, tsij hoedanich die guederen sijn reede ind onreede nijet daer van vuijtgesondert inden gericht van Zaltboemell gelegen, Elis die Raet ind Roeloff die Raet Jansz tot behoeff Elis die Cock erfflicken te besitten, Ende Bessel Hagestaudts myt oeren gekoren momber vursz. verteech op alle die guederen vursz. ind geloeffden daer op doen te verthien allen die ghene dije myt recht daer op verthien sullen. Sij geloeffden oeck als vursz. te waren Elis die Raet ind Roeloff die Raedt Jansz tot behoeff als vursz. alle dese gueder vursz. jaer ind dach als recht is .... etc .... Myt vurwaerden toegedaen dat Bessel Hagestaudts vursz. alle dese guederen vursz. oer leven lanck ind soe langh als sij leven sall ind nijet langer tot oerer nutschap gebruijcken sall sonder ijemantz weder seggen ind nae dode van huer soe sullen all huer nalatende gueder myt vollen recht koemen ind succederen op Elis die Raet ind Elis die Cock vursz. off oeren erve ind op nijemants anders Ingefall dat Elis die Cock vursz. dese vursz. vurwaert als dat Bessel vursz. alle die gueder soe van oeren broederen ind suster aen bestorven is, oer leven lanck besitten ind gebruijcken suldt nijet toelaeten ind consenteren wuldt soe sall die vursz. opdracht soe vurw. den vursz. Elis die Cock daer inne beruert, doet ind tho nijet sijn ind van onweerden gehalden tho werden. In oerkonde onser litteren Gegeven int jaer ons heren duijsent vijfhondert vyerindveertich den achtindtwentichsten dach der maent October.

Accordeert dese tegewoerdige copij van woerde toe woerde myt eijnen bezegelden ongecancelleerde scepen brijeff het dwelck ick notarius hier onder bescreven Ke.... myt eijgen naem ind cleijn gewoentlicke hantteijken.
Mr. Alberti N...tus.
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 809-1865
23-07-1545. Akte van borgtocht voor Jacob Roelofszoon als pachter der watertollen te Zalt-Bommel en Heerewaarden. Schepen: Roelof Moliart [1].
1. Zijn zegel staat online in de zegelverzameling van RAG.
Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 942.
Bron: Gelderse Rekenkamer, inv. 787
25-11-1545. Getuigen de schepenen van Zaltboemel Dirck de Ghyer ende Roelff Moliart, dat voor hen verschenen zijn Arnt Peterss, Jan Lambertss en Huyman van Huesden als provisoren en de dekens van het gilde ende broederschap der H. Barbara, en dat ten bate van het gilde zijn "opgedragen vyftich pont graen". In hetzelfde stuk ziet men Joannes van Muers, priester en deken des Kapittels. Op St. Barbarafeest moest het Kapittel de mis zingen; ook Vrijdags zal men een zingende mis op het St. Barbara-altaar doen, "ombecroent vanden Capittel vurs."
Wij Dirck de Ghijer ind Roelff Moliaert schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voer ons komen sijn Gerit
Petersz Jan Lambertsz ind Huijman van Huesden als provisoers ind dekens des ghilde ind broederscap
van Sunte Barbaren inder kercken tot Zaltboemel inden naem ind van wegen des selven ghijlde inde
broederschap vursz. ind hebben vercoeft ind opgedragen voer vijftich pont gever pennyngen die sij gieden
dat hoer tot behoef des ghijlde ind broederschappe vursz. betaelt sijn, ....
Oorkonde: BHIC, toegang 2114, Abdij van Postel (1138-1797), Zaltbommel_3
Regest: Geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, deel 19, pag. 215.
Bron: Overigen
20-01-1546. Schepenen: Dirck Wijnter Aertsz en Roloff Moliaert
Wij Dirck Wijnter Aertsz ind Roloff Moliaert scepen in Zalt-
boemel tuijgen dat Jacop Jansz snijder heeft geloeft Elisabeth
naegelaeten weduwe Jan Roelofsz thijns drie gulden brabants twin-
tich stuver brabants geng ind geve voir elcken gulden voirsz? ind den
Geldersen rijder gulden voir vijf indtwentich? stuver gereeckent, voirt
alle ander paijement daer nae advenant? in gelijcke werden op
sunte Pontiaens dach naestcomende ind daer nae alle iaer welcken?
thijns drie gulden brabants als voirsz sijn? iaerlicx op sunte Pontiaens
dach to betaelen ind to bueren vuijt huijs ind erff binnen der stadt van
Saltboemel gelegen in die Gamerse straet tuschen geris? Aertsz ther
eenre sijden ten oesten ind ter andere sijde Stijn? naegelaete wedu-
we Jan Thonisz, streckende voirt? mitter eenen einde op die gemein
straet voirsz? ten suijden off soe verre mit? recht daer naest alomme ge-
legen moegen sijn voert vuijt allet tgene der? hij? nu ter tijt heeft off
hier naemaels eenichsins? vercrijgen mach in den gerichte van
Zaltboemel gelegen. Welcken thijns voirsz weert saeck dat hij alle
jaere ewelicke opten voirg. termijn der betalinge niet? betaelt en
weer dan soe sall dienvalle? weecken? daer naestcomen den peene
van eenen stuver hollants geng ind geve opten voirs. thijns
wassen ind gaen, welcke peene tegader metten thijns voirs.
Elisabeth weduwe voirs. verhalen sal ind mach vuijt huijs ind
erve ind alle goets voirs. soe wanneer als sij niet langer en sal
willen beiden Ende Jacop Janszz voirs. heeft geloeft Elisabeth
weduwe voirs. den thijns voirs. ten ewigen dagen te waeren vuijt
huijs ind erff ind alle goets voirs. voir allen die ghene die then
recht comen willen Mit voirwaerden toegedaen dat Jacop Jansz
voirs. desen thijns voirs. alle .....? ewelicken opten voirn. termijn
der betalinghe sal mogen lossen soe wanneer hem dat believen
sall in deser manieren In der eersten mit drie gulden brabants
als voirs. sijn voir den? thijns voirs. ende? daer nae met vijftich gul-
den brabants paijements voirs. der voirg. weduwe voir die losse
des thijns voirs. op? ennige? termijn der betalinge te betaelen met
allen verloopen onbetaelde thijnsen Noch ist voirwaert dat men den
thijns voirs. vier iaeren lanck staende halden mach ende binnen? den-
selven vier iaeren voirs. tot twee maelen muegen lossen, smaels
metten helft der hoofftsumme in maeten als voirs. steet In
oirkonde onser litteren gegeven int iaer ons heren duijsent vijfhondert
sesindvertich den twintichsten dach der maent Januarij
Transfix.
Aanhangend: 25-01-1593
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 33v / s. 70)
21-11-1546. Schepenen: Henrick die Groet en Roelff Moliaert
Wij Henrick die Groet ind Roelff Moliaert schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voer ons komen is Geertruijt nagelaten wedue Wilhem Janssen myt oeren gecoren momber ind heft vercoeft ind opgedragen voer vijftich pont gever pennyngen die sij gieden dat oer betaelt sijn den brief daer desen tegenwoerdigen brief duersteken is ind allet gehaudt des briefs gelieck als daerin gescreven steet, Jacop Hoefs erfeliken te besitten Ende Geertruijt wedue myt oeren gecoren momber vurs. verteech opten brief ind opt gehaudt des briefs vurs. ind geloefden daer op doen te vertijen allen die gene die myt recht daer op vertien sullen Sij geloefden oick als vurs. te waren Jacop Hoefs vurs. den brief ind tgehaudt des briefs vurs. jaer ind dach als recht is voer allen die gene die then recht komen wyllen Ende alle voerplicht af te doen van den selven In oirconde onser litteren gegeven int jaer ons heren duijsent vijffhondert sessindveertich den een ind twentichsten dach der maent Novembris.
Transfix.
Hangt aan: 23-05-1541
Aanhangend: 05-02-1548
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 210-2
07-07-1547. Schepenen: Andries Geritsz en Henrick die Groet
Wij Andries Geritsz ind Henrick die Groet schepenen
in Zaltboemel tuijgen dat voer ons komen sijn Jan Reijersz
ind Rembout Rembautsz als inder tijt provisoers ind
meijsters der melaten der stadt Zaltboemel ind
hebben gegiet ind bekent dat hem luijden tot behoef
der melaten gegonnen is uut fruntscappen vanden
weerdigen heren deken ind capittel der kercken tot
Zaltboemel als overste ind heer ind meijster Hubert de
Ghier priester ind canonick der kercken voerscr.
als inder tijt provisoer eens gasthuijs gelegen
aen den kerckhof binnen der stadt Zaltboemel aen
die noirden sijde geheijten heer Frederick Moliaerts
gasthuijs als dat die melaten meijsters voersz. hebben
mogen graven ind metselen een privaet of secreet
op des voersz heer Frederick Moliaerts gasthuijs
erf of hof gelegen zuijdtwaert achter der melaten
voersz. huijs buijten der Gamersche poert, ind hebben
die voersz. melaten meijsters van wegen der melaten
geloeft meijster Hubert de Ghier tot behoef des
voersz. gasthuijs dat die melaten voersz. altijt van
binnen haren huijse opten voersz. privaet gaen sullen
Ende mede tot wat tijden sij dat vegen sullen dat
sij dat doen sullen op der gemeijnten of anders
waer mee nimmermeer opten hof of erf des
gasthuijs voersz. Oock so en sullen der melaten
vursz. den gasthuijs voersz. aen hoeren hof gheen vorder
hynder of schade doen Soe dan den voersz. mela-
ten oeck uut fruntscappen toe gelaten is een stuxken
hoefs aen hoeren voersz. huijse gelegen westwaert
dat sullen sij oeck gebruijcken tot wederseggen des
capittels voersz. Nochtans oeck nyet hijnderlick
to wesen den gebruijckers des hoefs des gasthuijs
voersz. als in op of afvaren des selven hoefs voersz.
In oirkonde onsen litteren Gegeven int iaer ons
heren duysent vijf hondert soven ind veertich
den sevenden dach der maendt julij
Bron: Cartularium van het Gasthuis van Frederick Moliaert aan het kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566 (f. 5v)
14-01-1548. Schepenen: Maes Jansz en Henrick Morinck
Wij Maes Jansz ind Henrick Morinck schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voer ons komen is Joachim Claesz
ind heeft vercoeft ind opgedragen voer vijfftich pont gever pennyngen ....
dye brieven daer desen tegenwoerdigen brief duersteken is ...
... Claes Goessensz erfeliken te besitten ...
... In oerkonde onser litteren gegeven
int jaer ons heren duijsent vijff hondert acht ind veertich den vyertyenden dach der maent
januarij
Transfix.
Hangt aan: 19-01-1544
Aanhangend: 12-05-1549
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1816-3
05-02-1548. Schepenen: Dirck de Ghijer en Roelff Moliaert
Wij Dirck de Ghijer ind Roelff Moliaert schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is Jacop Hoefs wullen wever ind heeft vercoeft ind opgedragen voer vijfftich pont gever pennyngen dye hij gyeden dat hem betaelt sijn dye brieven daer desen tegenwoerdigen brief duersteken is ind allet gehaudt der brieven gelieck als daer geschreven steet, Gerit Janssen van Wanss ? erfeliken te besitten. Ende Jacop Hoefs vurs. verteech op dye brieven ind opt gehaudt der brieven vurs. ind geloefden daer op doen the vertien allen dye gene dye myt recht daer op vertijen sullen Hij geloefden oeck the waren Gerit Janss vurs. dye brieven ind tgehaudt der brieven vurs. jaer ind dach als recht is voer allen dye gene dye then recht komen wyllen Ende alle voerplicht aff te doen vanden selven In oirconde onser litteren gegeven int jaer ons heren duijsent vijff hondert acht ind veertich den vijfften dach der maent Ffebruarii
Transfix.
Hangt aan: 21-11-1546
Aanhangend: 05-11-1553
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 210-3
07-06-1548. Maesz Jansz en Roloff Moliart, schepenen van de stad Saltbommel, oorkonden dat Andreas, kelner te Putten, verklaard heeft, dat de abt van Paterborn de tiend in Tiilre end Bommeler werden aan Gerrit Geilissz en Jan Henricsz verpacht heeft
RAG, Kelnarij van Putten, toegang 0324, inv. 76.
NB: Gecollationeerd afschrift in inv.no. 235.
Bron: Overigen
03-02-1549. Schepenen: Dirk de Gier en Johan Gorisz
28-2-1548: Dirk van Malburg bij overdracht door Karel van Lennep, neef van Walraven van Arkel, leenheer, zijn zwager, 1672; vidimus van Dirk de Gier en Johan Gorisz., schepenen van Zaltbommel, 3-2-1549. get. Gijsbert Simonsz., Bernard Gerardsz.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Waardenburg, 1548-1792, door J.C. Kort
Bron: Overigen
04-02-1549. Schepen: Peter Doncker
Extract des Signaitz
der stat Zaltboemell

Op Maenendach den IIIJ ffebruarij anno etc negenende-
virtich presentibus omnibus scabinis hefft sich Johan Geritsz voir
schepenen vursz. betuigt gegeven hij Arien Reiertzen den steeck onwee-
tende gegeven ende die dait onnoeselicken aen hem begaen te hebben
Biddende omb goitz will dem erentfesten ende vroimhen Wolter van
Baixen amptman in stat Roemsch Keijzerlijke Majesteit onsers aller genedigsten heren
hem, ( nadenmaell die saick soe onnoeselicken geschiet weer ) te
willen benedigen

Nae tichtonge des heren, ende belijdenisse Jan Geritzen, wijest Peter
Doncker mit gefollich der schepenen van Zaltboemell, den voergenampten
Jan Geritzen in des heren genaden

Hata? ista sententia hefft Jann Geritsz den obgemelten amptman
in stat hoichgedachter Keij. Maj. voir den vollen gericht vursz. te voeten
gefallen Biddende mit aller demoeticheit onderdentlichen omb goitz
will, sijn L. hem bij statholder cantzler ende hoichwijese Raiden in
Gelderlant te willen verbidden, ende benedigt te moegen werden.

ondertekening: de handtekening van Henrick Stoir
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 808-1296b
12-05-1549. Schepenen: Ariaen van Oever en Gerit Gijelissen
Wij Ariaen van Oever ende Gerit Gijelissen scepen in Saltboemell tuijgen dat voor ons komen
is Claes Goessensen ind heft vercoft ende opgedragen voor vijftich pont penningen ...
.... die brieven daer desen tegenwordigen brief duersteken is ...
.... Goessen Gorijssen erfeliken the
besitten ...
...
... int jaer ons heren duijsent vijfhondert negenind-
veertich den eenindtwintichsten dach meij
Transfix.
Hangt aan: 14-01-1548
Aanhangend: 18-08-1551
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1816-4
19-06-1549. Schepenen: Henrick die Groot en Dirck de Gier
Wij Henrick die Groot end Dirck de Gier scepenen in Zaltboemel tuijgen dat den werdigen heren Goert Verheijden van Nijmmegen, prior van den Regulieren bynnen der stad van Zaltboemell inden naem ende van wegen, voert myt will ende consent der gemeijn heren des convents ende godtshuijs voirs. heeft geloeft den werdigen heren ende brueder Hanrick van Mijrloe, procuratoer des convents ende godtshuijs der Carthuseren buijten sHertogenb. tot Vuecht gelegen, in ende tot behoeff des convents ende godtshuijs laest voirs. thijns vijf keijsersgulden, goet van goude ende recht suver van gewicht ende vijftien stuver der munten van Brabant, twyntich stuver der munten van Brabant voer elcken keijsers gul. voirs. gerekent op Sinte Jacop Apostelsdach als men scrijft vijftienhondert ende vijftich ende daer nae alle jaer ewelicken thijns vijf keijsers gulden ende vijftien stuver als voirscreven sijn jaerlix op Sunte Jacopsdach Apostell tho betalen ende tho bueren uijt alles goets het convent ende godtshuijs der Regulieren bynnen Zaltboemell gelegen, nu ter tijt heft ofte hier naemaels ennychsins vercrijgen mach inden gericht van Zaltboemell gelegen, wellcken thijns weert saecke dat hij alle jaer ewelicken opten voirg. termijn der betalinge nyet betaelt en were, dan soe sall daer alle weken daer naestkomende eenen peen van drie stuver der munten van Brabant opten thijns voirs. wassen end gaen .... etc ........ mit voirwarden toegedaen, dat heer Goert prior des convents vanden Regulieren voirs. in ende tot behoeff des selven convents ende godtshuijs der Regulieren voirs. den thijns myt vijf keijsers gul. ende vijftien stuver als voirs. sijn voor die betalinge des thijns voirs. ende daer nae myt hondert ende vijftien keijsers gulden paijments voirs. den ewigen procuratoer des convents ende godtshuijs van der Cartuseren voirs. in ende tot behoef des selven convents ende godtshuijs der Cartuseren voirs. voir die losse des thijns voirs. op ennighen termijn der betalinge te betalen myt allen achterstedigen verschenen onbetaelde thijnsen. In oirconde onser litteren gegeven int jaer ons heren enz.
Secr. Aert de Bije

Met transfix d.d. 27-5-1609.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 199-1
14-10-1549. Extract van een getuigenverklaring voor schepenen "Gorissen ende Doncker" door Peter van Oenssell en Hanrick Petersen van Genderen, ondertekend door A. d. Bije secretaris der stat Zaltboemell.
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 808 (Nr. 1646b)
1550. Roelof Moliaerd en Gijsbert Wijnricx schepenen in Zaltbommel getuigen dat Dirck van Bueren, Gerrit Naeijen nomine uxorem Beelcke en Lijske dogteren van Johan van Bueren de vorige thins verkopen aen Jan van Bueren.
2e van 3 transfixen die blijkens een + voor de aantekening vernietigd zijn.
Transfix.
Hangt aan: 1543
Aanhangend: 1556
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Neerijnen)
22-05-1550. Schepenen: Hanrick die Groot en Ott Pieck
Wij Hanrick die Groot ende Ott Pieck schepenen in Zaltboemell tuijgen dat heer Guert Verheijen prior ende heer Hermen 1 supprior der convents van de Regulieren bynnen Boemell ende hebben in naem ende van wegen voert mit will ende consent haers gemeijnen conventz voirs. geloift heren Gielis die Groot tot behoef des priors ende gemeijnen conventz der Carthuser Oerden tot Vuecht buijten sHertogenbosch gelegen, thijns vijff golde gemunte Overlensche Kuervorster Rijnsche gulden goet van goude ende recht swaer van gewicht off achtentwyntich stuver munte van Brabant voer datum van desen gemunt ende geslagen voir elcken golden gulden voirs. opten heijligen Pinxterdach aº eenendevijftich ende daer nae alle jaer ewelicken thijns vijff golde gulden als voirs. off paijment daer voer als voirs. jaerlix opten heijligen Pinxterdach tot eenen thijns recht sonder ennige cortinge van schattinge, brant off anderen oirsaicken, hoemen die noemen moecht, te betalen ende te bueren uijt den Auden Hoff mit den lande daer aen gelegen, toebehoorende den convent der Regulieren voirs. in den gerichte van Zaltboemell gelegen tusschen der Nonnenlant bynnen Boemell, aen die een sijde ten oest ende Elijs die Raet aen die ander sijde ten westen, streckende mit den eenen eijnde ten noerden op die dijckcavelinge ende mit den anderen eijnde ten suijden op die Spelwaert steghe off tusschen alle die ghene die mit recht daer naest allomme gelegen mogen sijn. Voert uijt alles goetz die Regulieren voirs. nu ter tijt hebben off hier naemaels ennichsyns vercrijgen mogen in den gerichte van Zaltboemell gelegen welcken thijns voirs. weerdt saicke dat hij alle jaer ewelicken opten voirg. termijn der betalinge niet betaelt en weer, dan soe sall daer allen weken daer naestkomende eenen peen van vierdalven stuver munte voirs. opten voirs. thijns wassen ende gaen, welcken peen te gader mit den thijns voirs. die prior der Carthuseren voirs. tot behoeff des selvigen conventz der voirs. Carthuseren verhalen sall end mach uijt den Auden Hooff mit den aengeleghen lande ende alles goets voirs. soe wanneer hij niet langer en sall willen beijden Ende heer Guert ende heer Hermen voirs. in naem ende van wegen ende mit will ende consent als voirs. hebben geloift heren Gielis tot behoeff als voirs. den voirs. thijns te waren uijt den Auden Hooff mit den aengelegen lande ende alles goets voirs. jaer ende dach als recht is tegen alle die ghene die ten recht komen willen, mit conditien toegedaen dat die prior den conventz der Regulieren voirs. in der tijt wesende den voirs. thijns alle jair ewelicken opten voirg. termijn der betalinge aff sall moegen lossen in deser manieren In den iersten mit vijff golde gulden als voirs. off paijment daer voer als voirs. voer die betalinge des thijns voirs. off paijment daer voer als voirs. ende mit allen verschenen onbetaelden thijnsen aen handen des priors des convents voirs. van den Carthuseren inder tijt wesende ende in sijn vrij?....cker behaut tot behoef den selvigen conventz der Carthijseren voirs. voer afflossinge des thijns voirs. op enigen termijn der betalinge tho betalen. In oirkonde onsser litteren gegeven inden jaer ons heren ....enz ...

Met een transfix d.d. 27-5-1609.
1. Is zijn achternaam vergeten in de transcriptie of ontbreekt deze in het origineel?
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 200-1
08-06-1550. Schepenen: Hanrick die Groot en Roelof Moliart
Wij Hanrick die Groot ende Roelof Moliart schepen in Zaltboemell doen kundt
ende openbaer allen ende eenen iegelicken die desen onssen tegenwordigen
brieff sullen sien ofte hoeren lesen dat op huijden datum van desen
voer ons in haeren eijghenen properen persoenen erschenen ende gecom-
pareert sijn heer Guert Verheijen prior des convents van den Regulie-
ren bynnen Zaltboemell in naem ende van wegen des selvigen convents
heer Jan die Roij pater des convents van den nonnen bynnen Boemell
in naem ende van wegen des selvigen convents der nonnen voirsz, heer Roelof
Jansz in naem ende van wegen der susteren van Sinte Agnieten cloester
bynnen Boemell, heer Ghisbert die Rover ende meister Peter Moliart
in naem ende van wegen des gemeijne capittels van Sinte Mertens kercke
bynnen Boemell, Dirck de Gier ende Johan Gorisz als gasthuijsmeeste-
ren des gasthuijs bynnen Boemell, in naem ende van wegen des selvigen
gasthuijs, Ott Pieck, Dirck de Gier, heer Jan Hack, Elys die
Raet, Peter Doncker, Jacop Roelof Jacopsz, Rob van Huesden, Jan
Loijensz, Dirck van Wageningen, Aelbert Lotthumsz, Rutger van Die-
den, Hanrick Morinck, Willem van Deijll, Reijmbout Reijmboutsz, En-
gell weduwe Arnt Dirck Wemmersz, Bessel Jan Hagestauts dochter
als mitgeerfden in ennige der drien derpen Rossem, Herwaerden
ende Hoerwijnen, ende hebben aengaende die twystige saicke tuschen
den derpe van Driell eensdeels, ende den drien derpen voirg. ander-
deels ongedecideert hangende, wettelick mechtich gemaickt ende in hoeren
steden gestelt, ende vermits desen constitueren ende in haeren steden stellen
meister Johan van Rossem ende meister Jacop van Moers, omme van
huerent wegen ende in der naem van hem luijden ( voer alsoe voell
voirgeruerte saicke hem luijden aentreffen mach ) tegens den van Driell
tho Arnhem te compareren, hueren eijsch aen tho hoeren, ofte in
schrijft tho nemen, daer op te antworden ende tegens te opponeren, ende
voert allet te doene het sij mitter minnen off mitten recht, dat sij
constituanten voirg. ( beruerende voirgeruerte saicke ) aldaer selve present ende
voer oghen wesende doen soude moegen ende ennichsyns te doen solden
hebben, Ende sij constituanten voirscr. geloefden voer goet, bundich
gestentich ende van werden tho halden allet ghene bij den voirg.
volmechtichden in voirg. saicken ( soe voell die huerluijden construeren
kan ) gedaen, gehanteert ende voertgeheert sall worden, sonder daer
tegens te doen ofte doen doen in enniger manieren Allet sonder arch
ofte list Oirkonde der waerheijt des voirg. steet soe hebben wij
schepenen voirscr. onse segelen onder op spatium van desen gedruckt
geschiet den achsten dach junij aº etc. vijftich
Zegels af.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, procesdossiers inv. 4926, nr. 34.
Bron: Overigen
21-12-1550. Schepenen: Roeloff Moliart en Ariaen van Oever
Wij Roeloff Moliart ende Ariaen van Oever schepenen in Zaltboemell tuijgen dat voir ons komen
is Joest vanden Velde ende heeft geloift meister Jan Huijchmansz priester ende vicaris in
Sinte Mertens kercke bynnen Zaltboemell tot behoeff den werdigen heren vice deken
ende gemeijn capittell der kercken van Oudemunster tUtrecht, dat Hubert Janssoen
ende Aernt Willemsz den altsten van Ghestell wonende tot Alem vollentrecken ende in
allen sijnen voirwarden voldoen ende naegaen sullen eenen huerbrieff in date int
jaer ons heren vijfthienhondert ende vijftich opden achtendetwijntichsten dach van Au-
gusto wesende ende mit der kercken van Oudemunster zegell soe den voirsz. huer
brieff sulx mitbracht, bezegelt sijnde, welcken voirsz. huerbrieff vermelden van die
huere van twaelff mergen lantz gelegen op Alem tslantz van Brabant indt Alemsche
broeck, welcke huere die voirg. Hubert Jansz ende Aernt Willemsz van den vice deken
ende Capittell der kercken van dOudemunster voirsz. acht jaer lanck durende nae uijt-
wijsinge voirgeruerten huerbrieffs verleent was, Ende ingefall voirg. Hubert Jansz
ende Aernt Willemsz den voirg. huerbrieff niet en voltogen ende nae en gingen in allen
sijnen voirwarden woe voirsz. ende daer ennige gebreck in vallen lieten, soe geloift
voirg. Joest van den Velde den voirsz. huerbrieff selfs tho voldoen ende tho
voltrecken in allen sijnen voirwarden woe voirsz. in aller maeten als sijn eijghen
proper schulde, ende heeft den voirg. meister Jan Huijchmansz tot behoiff als
voirsz. daer voir tot eenen onderpande gestelt allen sijnen guederen hij nu ter
tijt heeft off hier naemaels ennichnyns vercrijgen mach in den gerichte van Zalt-
boemell gelegen. In oirkonde onser litteren gegeven In den jaer ons heren duijsent
vijffhondert ende vijftich den eenendetwijntichsten dach smaents decembris
         A D Bije
Bron: Kapittel van Oudmunster te Utrecht, inv. 1821-3
Met het aanhangende zegel van Moliart. Scan online.
Bron: Overigen
20-04-1551. Schepenen: Moliart en Gielisz
Voor schepen Moliart, Gielisz, heeft Willem Willemsz van wegen sijns selfs et ut tutor Arijs Willemsz kijnderen, dat Marcelis Gielisz dese twee thijnsbrieven gelost en betaelt heeft.
Aantekening in de marge, ORA Zaltbommel inv. 305, f. 105
Bron: Overigen
04-05-1551. Schepenen: Roeloff Moliaert en Ghisbert Wijnricksz
Wij Roeloff Moliaert ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is Dirck van Bueren Jansz ende heeft vercoift ende opgedragen voir hondert pont gever pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn, den brief daer desen tegenwoirdigen brief duersteken is ende allet gehaut des briefs voirscr. gelijck daerinne geschreven steet, Roelof die Groot tot behoef Margriet weduwe Jan die Groots erffelicken tho besitten. Ende Dirck van Bueren voirs. verteech opten brief ... etc ....
A. de Bije secr. in B.
Transfix.
Hangt aan: 28-10-1522
Aanhangend: 10-07-1586
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 171-2
02-06-1551. Schepenen: Otto Pieck en Ghisbert Wijnricksz
Wij Otto Pieck ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is heer Ghisbert die Roever priester pastoor in Deijl ende canonick bynnen Boemel ende heeft geloift Maes Jansz thijns ses gulden Boemels geltz op dat hoichtijt van Pinxt naestkomende ende daer na alle jaer ewelicken thijns ses gulden als voirsz. jaerlix op dat hoichtijt van Pinxt te heffen ende te bueren uijt huijs ende erve bynnen Boemel aen den Kerckhoff gelegen tuschen meister Jan Huijgmansz aen die een sijde ten oesten ende den Capelhoff aen die ander sijde ten westen, streckende mit den enen eijnde ten noirden op den Kerckhoff voirsz. off soe wie mit recht daer naest alomme gelegen mogen sijn. Voirt uijt alles goets heer Ghisbert voirs. nu ter tijt heeft off hier namaels ennichsyns sal mogen crijgen, in den gerichte van Zaltboemel gelegen, welcke thijns voirsz. weert saicke dat hij alle jaer ervelicken opten voirg. termijn der betalinge nyet betaelt en were, dan soe sal daer alle dage daer naestkomende enen peen van enen stuver Boemels gelts opten voirs. thijns wassen ende gaen, welcken peen thogader mit den thijns voirsz. Maes Jansz voirsz. verhalen sal ende mach uijt huijs ende erve ende alles goets voirsz. soe wanneer hij nyet langer en sal willen beijden. Ende heer Ghisbert voirsz. heeft geloift den voirg. Maes Jansz den voirsz. thijns tho waren uijt huijs ende erve ende alles goets voirsz. jaer ende dach als recht is tegen alle die ghene die ten recht komen willen, mit condicien togedaen, dat heer Ghisbert voirsz. den voirsz. thijns alle jaer ewelicken opten voirg. termijn der betalinge aff sal muegen lossen soe wanneer hem dat believen sal in deser maniere: in den iersten mit ses gulden als voirs. voir die betalinge des thijns voirs. ende daer nae mit hondert gul. als voirs. den voirg. Maes Jansz op enige termijn der betalinge voir die afflossinge ende quijtinge des thijns voirs. tho betalen mit allen verschenen onbetaelde thijnsen. In oirconde onser litteren gegeven in den jaer ons heren .....
Secr. A. de Bije
Transfix.
Aanhangend: 14-07-1584
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 26-1
19-06-1551. Schepenen: Roeloff Moliart en Ghisbert Wijnricksz
Wij Roeloff Moliart ende Ghisbert Wijnricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir
ons komen is die gesworen bode der stadt Zaltboemel ende heeft gegiet dat hij van
wegen Goessen Gorisz Elias Jansz den weet gedaen ende den aenfanck verboden
heeft van huijs ende erve bynnen Boemel in die Kerckstraet gelegen tuschen Jan
Gorisz ten noirden ende ter andere sijden Agnes weduwe Dijonijs Luijlofsz streckende
mit den enen eijnde op die straet voirsz. ten oesten Allet na wijderen inhalt, des
voirg. Goesen Gorisz coip ende insettings brieven van Zaltboemel hij op huijs ende
erve voirsz. sprekende heeft. In oirkonde onser letteren gegeven int jaer ons heren duij-
sent vijffhondert eenendevijftich den negenthienden dach smaents Junij
A. d. Bije
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1809-A
18-08-1551. Schepenen: Ariaen van Oever en Ghisbert Wijnrickss
Wij Ariaen van Oever ende Ghisbert Wijnrickss schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons komen is Goes-
sen Gorissen ende heeft vercoeft ....
... die brieven daer desen tegenwoirdigen brief duersteken is, ...
... Dirck van Malburch erffelicken te besitten ...
... In oerkonde onser letteren gegeven int jaer
ons heren duijsent vijffhondert eenendevijftich den achthiende dachs augusti
        A d Bije
Transfix.
Hangt aan: 12-05-1549
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1816-5
08-11-1551. Schepenen: Dirck de Gier en Adriaen van Oever
Dirck Dirxsz, Rueck als momber sijner huijsfrouw Eelken Elias dochter, litteras van drie carol. guldens goet van goude, ende recht swaer van gewicht en welcken Antonis Willemsz de Vries uut sijnen huijs inde Oenselsestraet, naest den put (tegen over Jacob Storms erfgenamen) ten westen, opden 8-11-1551 voor SS. Dirck de Gier ende Adriaen van Oever gelooft heeft Melchior van Meteren, opgedragen Jan Spiringh Gijsbertsz, in eijgendom, cum restantijs insolutis in eijgendom te hebben ende te besitten.. Et promisit ex parte. 7-11-1638.
Bron: ORA Zaltbommel, inv. 315, folio 240
Bron: Overigen
05-11-1553. Schepenen: Johan Goriss en Peter Doncker
Wij Johan Goriss ende Peter Doncker scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Jan Geritss als man ende mombaer sijnre huijsfrouwe ende heeft vercoift ende opgedragen voir thien pont gever pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn die brieven daer desen tegenwoirdigen brieff duersteken is ende allet gehaut der brieven voirs. gelijck daer inne geschreven steet, Peter Jacopss in eenen eijgendom erffelicken te besitten. Ende Jan Geritss als man ende mombaer voirs. verteech op die brieven ende opt gehaut der brieven voirs. Hij geloifden daer op doen te verthien alle die gene die mit recht van sijnre wegen daer op verthien sullen Hij geloifden oick als man ende mombaer voirs. van sijnre wegen te waren Peter Jacopss voirs. die brieven ende tgehaut der brieven voirs. jaer ende dach ende ten ewygen dage als recht is tegen alle die gene die ten recht comen willen ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen van den selven. In oirc. etc ... Datum ....
A. de Bije s. in Z.B.
Transfix.
Hangt aan: 05-02-1548
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 210-4
29-05-1554. Schepenen: Ariaen van Oever en Ghijsbert Wijnrickss
Wij Ariaen van Oever ende Ghijsbert Wijnrickss scepenen in
Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Jan Goirtsz ende heeft
geloeft heer ende meijster Hubert de Ghier priester ende canonick
in sunte Martens kercken binnen Boemel als provisoer eens
gasthuijs geheijten heer Frederick Moliaertsz gasthuijs binnen
Boemel op den kerckhof aen die noirden sijde gelegen tot behoif
der armen vrouwen die inde voirsz. gasthuijs inder tijt
woenachtich wesen sullen thijns anderhalfen gouden Carolus
gulden twintich stuver der munten van Brabant geng ende
geve voir elcken gulden voirsz gerekent op Bamis dach den
yersten octobris naistcomende over een iair ende so voirt
iairlix tot eenen thijnsrecht te heffen ende te boeren uijt
huijs ende erve binnen Boemel in die Oenselsche straet
tusschen Peter van Oensel oestwairt ende Rutger Jansz
westwairt streckende mit den eenen eijnde ten noirden
op die straet voirsz. of so wie met recht dair naest al
omme gelegen mogen sijn voirt uijt alles goetz Jan Goirtsz
voirg. binnen Boemel ende in den gerichte van Zaltboemel
gelegen welcken thijns voirsz. weert saicke dat hij
iairlix opten termijn der betalinge niet betaelt en weer so sal
dair alle weecken dair naistcomende een peen van drie oirt stuvers
Brabants geng ende geve opten voirsz. thijns wassen ende gaen welcken
peen te gader mit den thijns voirsz. die provisoir des gasthuijs
voirsz. inder tijt wesende tot behoif als voirsz. verhalen sal
mogen uijt huijs ende erve ende alles goets voirsz. so wanneer
hij niet langer en sal willen beijden Ende Jan Goirtsz voirg.
geloifde heer ende meijster Hubert de Ghier als provisoir voirsz.
tot behoif als voirsz. den voirsz. thijns te waren uijt huijs
ende erve ende alles goets voirsz. iair ende dach ten ewigen
dagen als recht is tegen alle die ghene die ten rechten comen willen
Mit conditie toe gedaen dat Jan Goirtsz voirg. den voirsz. thijns
op ennigen termijn der betalinge sal mogen lossen in desen manieren
Inden yersten met anderhalven Carolus gulden paijments voirsz. als
voir betalinge des thijns voirsz. ende dair na met vijf ende
twintich gouden Carolus gulden paijments voirsz. ende met allen
verschenen onbetaelden thijnsen den provisoir inder tijt des
gasthuijs voirsz tot behoif des selvige gasthuijs in presentie
van twe of meer canoniken van Boemel op ennige termijn
der betalinge voir die aflossinge des thijns voirsz. te betalen
Ende Jan Goirtsz voirg. heeft geloift heer ende meijster
Hubert de Ghier priester etc als provisoir voirsz. dat idt
onderpant voirsz. met ghenen thijns of schuldtbrieven
vorder belast en is dan mit den thijns voirsz. ende mit
noch twe ponden die idt capittel van Boemel dair iair-
lix uijt heeft In oirconde onser litteren Gegeven inden
jaere ons heren duysent vijf hondert vier ende vijftich
den negen ende twintichste dach smaents maij
Bron: Cartularium van het Gasthuis van Frederick Moliaert aan het kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566 (f. 6)
12-06-1554. Schepenen: Arien van Oever en Gerit Gielisz
Geertje weduwe Willem Osewalts z. .... verkoopt eene tijnsbrieff van ses car. guldens thien stuijvers ..... bij Engel Henrixdr. in behoeff Met nagelaten weduwe Arien de Raet z. den 12 juni ao 1554 voor scepenen Arien van Oever ende Gerit Gielisz gelooft ... ende bij Dirriske nagelaten weduwe Tileman Lenertsz z. mede geloovende voor haren broeder Gijsbert Matheusz gecedeert aen Lodowijck Jansz burgemr. opten 1e februiarij ao 1582 als nu getransporteert Otto Vorsterman ende Margriet van Kerckwijck echteluijden ... 18-8-1632.
Bron: ORA Zaltbommel, inv. 314, folio 130
Bron: Overigen
31-08-1555. Schepenen: Hanrick Morinck en Hanrick Schoeck.
Franck Goertssen draagt deze tijns over aan Cornelis Goertssen.
Transfix.
Hangt aan: 05-06-1537
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 236-2
1556. Gijsbert Wijnrix en Henrick Scoeck schepenen in Bommel, getuigd dat Willem van Bueren de vorige rente cedeerd aen Jan van Bueren.
3e van 3 transfixen die blijkens een + voor de aantekening vernietigd zijn.
Transfix.
Hangt aan: 1550
Bron: Collectie van Spaen, inv. 162 (Neerijnen)
26-02-1556. Gijsbert Schoeck en Hanrick Schoeck, schepenen in Zaltboemel oorkonden, dat Catharina, weduwe van Maes Jansz c.tut. heeft verkocht voor 100 £ aan Jan die Raedt Arntss een brief, waardoor deze gestoken is geweest.
Oorspr. (Inv.nr. 106), met stuk gesneden plica. De zegels ontbreken. Vgl. regesten 12 en 14.
Transfix.
Aanhangend: 21-01-1565
Bron: Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein, inv. 106 (reg. 5)
17-09-1556. Schepenen: Doncker en Maesz
         Extract
Scepenen Doncker, Maesz quod nuntius heeft van wegen ende uijt naemen des Dekens ende gemeijne capittulaeren ecclesie Sancti Martini binnen Boemell ende eorundem reddituarij, gepant aen allen erffenissen ende guederen rede ende onrede, ruerende ende onruerende Ottonis Pieck binnen Boemel et in iurisdictione Z. Boemelensi gelegen, ende dat voir zekere beiaerde, achterstedige onbetaelden thijnsen. Actum den soeventhienden septembris anno etc Lvi
Transfix.
Aanhangend: 20-09-1556
Bron: Archief van de kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel, 15e-16e eeuw, inv. 20
20-09-1556. Schepenen: Groot en H. Schoeck
Scepenen Groot, H. Schoeck quod Otto Pieck voirg. heeft op pandinge voirscr. sijn pande geweert, oirzaecken (soe hij seede) dat sij egheen pandinghe en hadden voirden onbeiaerden thijns, want sij dien in cracht oirs scepenen briefs behoirden tho furderen, ende hij hun luijden den voirscr. onbeiaerden thijns oerboedich weer tho betalen, nae inhalt ende vermogens der quitantie hij van gelijcken hadde. Ende ruerende den achterstedigen, veriaerden, ende onbetaelden thijnsen, seede hij datse die mit recht vermogens onser stadt recht in behoiren tho furderen, sonder pandinge der half tho genieten, naedenmael sij die ten behoirlicken tijde, als recht is, nijet gemaent ende ingefurdert hadden, ende die selve thijnsen egheen morteficeerde guederen en weeren. Actum den twintichsten septembris anno etc Lvi
Transfix.
Hangt aan: 17-09-1556
Bron: Archief van de kerkfabriek en het kapittel van de Sint Maartenskerk te Zaltbommel, 15e-16e eeuw, inv. 20
11-12-1559. Jan Wilhelmsz, priester, als rector indertijd van een vicarie, gefundeerd door meister Niclaes Snalinck op O.L. Vrouwen Altaar in Wedegons Cappelle, heeft met consent van heer en meister Jan van Mons, deken der Collegiate kerk van St. Marten te Bommel, heer en meister Roeloff Andriesz, heer Giilis die Groot, heer Hanrick van Doesburch en heer en meister Naijdo die Raet, priesters en cannonicken der voorzegde kerk, met consent der schepenen van Zaltboemel, allen als collatoirs der voorzegde vicarie verkocht voor 400 pont aan Maria van Wuijtenhoirst, weduwe Frederick Turck heer van Hemert, een huis en erve, gelegen aan het kerkhof te Zaltboemel. Ten overstaan van Gherit Gieliss en Jan Woutersse, schepenen te Zaltboemel, 1559 december 11. 1 charter
N.B. Op perkament, het uithangende zegel van Gherit Gieliss ontbreekt, het tweede zegel in groen was aanwezig.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 342
20-06-1561. Schepenen: Hanrick die Groot en Hanrick Morinck
Wij Hanrick die Groot ende Hanrick Morinck, scepenen in Zaltboemel, tuijgen dat voir ons comen sijn Arnt Saelmonss., Jan Saelmonss. ende Jan Goirtss. als man ende mombair van sijnre huijsfrouwe ende hebben vertegen op huijs ende erve gelegen binnen Boemell in die Moelenstraet tusschen Hanrick Coip ten noirden ende Mariken weduwe Jan Maess. zaliger ten suijden, streckende mitten eenen eijnde ten oisten op die straet voirscr. off soe wie mit recht daer naest alomme gelegen mogen sijn, tot behoeff Dirck Berntss. in enen eijgendom erfflicken te besitten Sij geloifden oick mede van oire wegen alle voirplicht aff te doen van den selven. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren duijsent vijffhondert eenendetsestich den twintichsten dach smaents Junij.
A. de Bije s. i. Z.B.
Transfix.
Aanhangend: 27-06-1561
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 176-1
27-06-1561. Schepenen: Hanrick die Groot en Gherit Gielissen
Wij Hanrick die Groot ende Gherit Gielissen scepenen in Zaltboemell tuijghen dat voir ons comen is Dirck Berntss. ende heeft vercoift ende opgedragen voir thien pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn den brieff daer desen tegenwoirdighen brieff duersteecken is ende allet gehaut des briefs voirscr. gelijck daer innen geschreven staet Jan Goessenss. in eenen eijgendom erffelicken te besitten. Ende Dirck voirgnt. verteech opten brieff ende opt gehaut des briefs voirscr. ende geloifden ... etc .....
A. de Bije, s. in Z.B.
Transfix.
Hangt aan: 20-06-1561
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 176-2
27-06-1561. Schepenen: Hanrick die Groet en Gherit Gielissen
Wij Hanrick die Groet ende Gherit Gielissen scepenen in Zaltboemel tuijghen dat voir ons comen is Dirck Brents 1 ende heeft geloeft Jan Goessenss. dat hij den thijns die Arien Gheritsen Schoick sprekende heeft op huijs ende erve gelegen binnen Boemel in die Moelenstrait tusschen Hanrick Coip ten noirden ende Marijken nagelaten weduwe Jan Maese zaliger ten suijden, streckende mitten eenen eijnde ten oisten op die strait voirss. off soe wie mit recht dair naest alomme gelegen mogen sijn, mit noch alle losthijnsen op huijs ende erve voirs. staen te quijten, affleggen ende lossen sall tuschen nu ende Sunte Martens dach in den wynter naestcomende over twee jaeren. In oirconde .... etc ....
Aerdt d’Bije s. in. Z.B.
1. schrijffout voor Berntss?
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 226
06-11-1561. Schepenen: Dirck de Ghier en Hanrick die Raet
Wij Dirck de Ghier ende Hanrick die Raet scepenen in Saltboemel tuijgen dat voir ons comen is Dirck van Malburch ende heeft geloeft Jan Mathijsz tot
behoeff joffer Oijda natuerlicke dochter des erentfeste Johan van Rossem heren to Poderoijen ende Meijnerswijck thijns vierendetwintich carolus
gulden .... etc ...
... vuijt huijs ende erve met sijnen timmeringe ende toebehoiren geegen binnen Boemell in die Nijestraet, tus-
schen dat manhuijs ende joffer Jacop van Boxmeer ten oisten ende die ... van Schoenhoven ende Frederick van Doern ten westen, ...
... Noch uijt vijff mergen lants .... die Vercht in den gerichte van Zalt-
boemel gelegen sijn tusschen Roeloff van Bueren ende die gemeijn straet ten oisten, ende tgasthuijs binnen Boemell ten westen, streckende ten noirden op
erffenisse heren ende meester Roeloff Andries priester ...
... etc ...
Transfix.
Hangt aan: 11-02-1530
Aanhangend: 21-07-1568
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1810-4
18-10-1562. Vor Schöffen und Bürgermeistern zu Zaltbommel bevollmächtigen Allyt van Haeften, Witwe Bruns von der Schueren, und ihr Schwiegersohn Arnt van Meteren den Alart van Haeften Herrn zu Verwolde zur Über­nahme der Erbschaft Bruyns van der Schueren. Schöffensekret von Zaltbommel.
Perg., Nr. 100. Siegel ab.
Bron: Rheinische Urkunden aus dem Gräflich Landsbergischen Archiv (Horst, Nr. 408)
24-10-1562. Huwelijksvoorwaarden van Hanrick van Rechteren heer tot Ameloy en joncfrau Walraven van Rossem, dochter van Johan heer tot Rossem en Broeckhusen, 1533 februari 9. 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was der schepenen.
Vidimus van 24 oktober 1562, gegeven door Hanrick die Raet en Arnt Feij, schepenen te Zaltbomel.
Bron: Oud-archief gemeente en heerlijkheid Neder-Hemert 1, inv. 277
21-01-1565. Hanrick die Raet en Jan Vorsterman, schepenen in Zaltbommel, oorkonden, dat Jan die Raet Arntsse heeft verkocht voor 100 £ aan Mr. Arien Schoeck, kanunnik van St.Martins karcke binnen Boemel als provisor van Wedegons gasthuis, de brieven, waar deze doorgestoken is geweest.
Oorspr. (Inv.nr. 106), met afgesneden plica.
Transfix.
Hangt aan: 26-02-1556
Aanhangend: 23-06-1569
Bron: Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein, inv. 106 (reg. 12)
04-03-1565. Schepenen: Arnt Feij en Jan Vorsterman
.... Jan Hanricksz heeft geloeft Arien Gheritss Schoick thijns ses carolus gul. ..... jairlix te heffen ende te bueren uijt huijs ende erve gelegen binnen Boemell aen die Gamersche Poerte tusschen eenen gemeijnen wech oestwaert ende Goessen Wurdt? ten westen ....
Secr. Aert die Bije
Transfix.
Aanhangend: 16-04-1570
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 215-1
14-04-1565. Schepenen: Otto Pieck, Jan Moliart, Hanrick die Raet, Hubert Ghijsbertsz en Jan Voirsterman
Wij Otto Pieck, Jan Moliart, Hanrick die Raet, Hubert Ghijsbertsz ende Jan Voirsterman scepenen in Zaltboemel tugen dat voir ons
comen sijn Dirck de Ghier ende Ariaen van Oever burghermeesters in der tijt der stadt Zaltboemell ende hebben in name ende van wegen
der stadt voirg. mit wille ende consent van ons scepenen voirg. ende van tween? quartiersluijden der stadt voirsz. vercoft ende opgedragen
voir thien pont gever pennigen die sij gieden dat tot behoeff der stadt voirsz. betaelt sijn, die voirsz. stadt oire gerechtichheijt
in huijs ende erve gelegen binnen Boemel in die Gamersche Straet tusschen Rutgher Jansz ten oesten ende erffenisse der stadt voirg.
ten westen, streckende mitten eenen eijnde ten suijden op die straet voirsz. off soe wie mit recht daer naest alomme gelegen mogen
sijn, Anthonis Ghijsbertsz tot behoef den nagelaten kijnderen Franck Ghijsbertsz zaliger, uijtgesundert der stadt voirsz oire
gerechtichheijt ain den ganck, erfelicken te besitten. Ende die burghermeesters voirg. in name ende van wegen der stadt voirsz.
voirt mit wille ende consent als voirsz. vertegen op die vercoefte gerechtichheijt voirsg. ende geloefden daer op doen te verthijen
alle die gene die mit recht daer op verthijen sullen. Sij geloefden oick in name ende van wegen der stadt voirsz. mit wille ende
consent als voirsz te waren Anthonis voirg. tot behoef als voirsz. die vercoefte gerechtichheijt voirsz. tot ewijgen dagen
als recht is tegen alle die gene die ten recht comen willen, ende alle voirplicht aff to doen vanden selven, vuijtgesondert ende
voirbehalden der stadt voirsz oire gerechetichheijt aenden ganck voirsz. In oirkonde onser litteren gegeven Int jaer ons heeren
duijsent vijfhondert vijfendetsestich den veerthienden dach smaent Aprilis.
handtekeningen, o.a. De Bije
Met 5 zegels.
Transcriptie op basis van fotokopie uit 1989. De originelen in het bezit van dhr. Hijmans in Bussum.
RAR, toegang 3497, Collectie Aanwinsten en documentatie 14e eeuw - heden, inv. 20.
Transfix.
Aanhangend: 10-08-1565
Bron: Overigen
02-05-1565. Schepenen: Hanrick de Groot en Jan Moliart
Wij Hanrick de Groot ende Jan Moliart scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons
comen is die gesworen bode der stadt Saltboemell ende heeft van wegen Dirck van
Malburch gepant aen allen erffenissen ende guederen Wauter Jansz binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen als voir sekere pandtbaere schulde
die den voirg. Dirck van Malburch onthouden ende nijet betaelt sijn soude, dit
geschieden den tweeden dach Meije anno etc vijffendetsestich, Daer nae tuijgen wij
Hanrick die Groot ende Arnt Feij scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is die ge-
sworen bode voirsz. ende heeft gegiet dat hij verboden heeft als recht is drie son-
nendagen ter rechter misse tijt inder kercke van Zaltboemell allen erffenissen ende
guederen voirsz. dat die te vercopen weren overmits Dirck van Malburch voir-
g. als voir dat gebreck der schlde voirsz.. Dit geschieden den sesendetwentichsten
dach Meije anno etc vijffendetsestich. Daer nae tuijghen wij Hanrick die Groot
ende Hanrick die Raet scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is Dirck van
Malburch voirg. ende heeft vercooft nae allen formen ende manieren gelijck ons
stadt recht eijscht ende wijest, allen erffenissen ende guederen voirsz. binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen, ... etc ...
... Jan van Deventer voir thien schillingen erfflicken te besitten, Ende is
desen coip uijtgestelt tot sunt Huberts dach soo naestcomende, In oirconde
onser letteren gegeven Inden iaere ons heren duijsent vijffhondert vijffendetses-
tich den negenendetwentichsten dach september
A. de Bije
Transfix.
Aanhangend: 26-05-1565
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-A-1
26-05-1565. Schepenen: Hanrick die Groot en Arnt Feij
Wij Hanrick de Groot ende Jan Moliart scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons
comen is die gesworen bode der stadt Saltboemell ende heeft van wegen Dirck van
Malburch gepant aen allen erffenissen ende guederen Wauter Jansz binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen als voir sekere pandtbaere schulde
die den voirg. Dirck van Malburch onthouden ende nijet betaelt sijn soude, dit
geschieden den tweeden dach Meije anno etc vijffendetsestich, Daer nae tuijgen wij
Hanrick die Groot ende Arnt Feij scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is die ge-
sworen bode voirsz. ende heeft gegiet dat hij verboden heeft als recht is drie son-
nendagen ter rechter misse tijt inder kercke van Zaltboemell allen erffenissen ende
guederen voirsz. dat die te vercopen weren overmits Dirck van Malburch voir-
g. als voir dat gebreck der schlde voirsz.. Dit geschieden den sesendetwentichsten
dach Meije anno etc vijffendetsestich. Daer nae tuijghen wij Hanrick die Groot
ende Hanrick die Raet scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is Dirck van
Malburch voirg. ende heeft vercooft nae allen formen ende manieren gelijck ons
stadt recht eijscht ende wijest, allen erffenissen ende guederen voirsz. binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen, ... etc ...
... Jan van Deventer voir thien schillingen erfflicken te besitten, Ende is
desen coip uijtgestelt tot sunt Huberts dach soo naestcomende, In oirconde
onser letteren gegeven Inden iaere ons heren duijsent vijffhondert vijffendetses-
tich den negenendetwentichsten dach september
A. de Bije
Transfix.
Hangt aan: 02-05-1565
Aanhangend: 29-09-1565
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-A-1
10-08-1565. Schepenen: Jan Moliart en Hubert Ghijsbertsz
Wij Jan Moliart ende Hubert Ghijsbertsz scepen in Zaltbommel tuijgen dat voir ons comen sijn Anthonis Ghe-
ritsz als man ende mombaer sijnre huijsfrouwe Marijken Francken met haeren gecoren mombaer ende B....ken
Francken met haeren gecoren mombaer voir oir selven ende semptlick gelovende voir Ghijsbert Francken ende
hebben vercoft ende opgedragen voir hondert pont geve penningen die sij gieden dat oir betaelt sijn, den brief
daer desen tegenwoirdigen brieff duer steecken is ende allet gehaut des briefs voirsz. gelijck dair inne geschre-
ven staet, Jan jacopsz erfflicken to besitten Ende die voirg. vercopers vertegen opten brieff ende opt gehaut
des brief voirsz ende geloifden daer op doen te verthijen alle die gene die met recht van oire wegen ende van
wegen Ghijsberts voirsz. mit recht dair op verthijen sullen, Sij geloefden oick van oirent wegen ende van wegen
Ghijsberts voirsz te waren Jan Jacobsz voirsz den brief ende tgehaut des briefs voirg. ten ewijgen da-
gen als recht is tegen allen den genen die ten rechten comen willen. Ende van oirent wegen ende mede van wegen
Ghijsberts voirsz alle voirplicht aff te doen van den selvene. In oirconde onser litteren gegeven Int jaer ons heren
duijsent vijffhondert vijffentsestich den thienden dach Augusti
handtekeningen, o.a. De Bije
Met 2 zegels.
Transcriptie op basis van fotokopie uit 1989. De originelen in het bezit van dhr. Hijmans in Bussum.
RAR, toegang 3497, Collectie Aanwinsten en documentatie 14e eeuw - heden, inv. 20.
Transfix.
Hangt aan: 14-04-1565
Bron: Overigen
29-09-1565. Schepenen: Hanrick de Groot en Hanrick die Raet
Wij Hanrick de Groot ende Jan Moliart scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons
comen is die gesworen bode der stadt Saltboemell ende heeft van wegen Dirck van
Malburch gepant aen allen erffenissen ende guederen Wauter Jansz binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen als voir sekere pandtbaere schulde
die den voirg. Dirck van Malburch onthouden ende nijet betaelt sijn soude, dit
geschieden den tweeden dach Meije anno etc vijffendetsestich, Daer nae tuijgen wij
Hanrick die Groot ende Arnt Feij scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is die ge-
sworen bode voirsz. ende heeft gegiet dat hij verboden heeft als recht is drie son-
nendagen ter rechter misse tijt inder kercke van Zaltboemell allen erffenissen ende
guederen voirsz. dat die te vercopen weren overmits Dirck van Malburch voir-
g. als voir dat gebreck der schlde voirsz.. Dit geschieden den sesendetwentichsten
dach Meije anno etc vijffendetsestich. Daer nae tuijghen wij Hanrick die Groot
ende Hanrick die Raet scepenen in Zaltboemell dat voir ons comen is Dirck van
Malburch voirg. ende heeft vercooft nae allen formen ende manieren gelijck ons
stadt recht eijscht ende wijest, allen erffenissen ende guederen voirsz. binnen Boemell
ende inden gericht van Zaltboemell gelegen, ... etc ...
... Jan van Deventer voir thien schillingen erfflicken te besitten, Ende is
desen coip uijtgestelt tot sunt Huberts dach soo naestcomende, In oirconde
onser letteren gegeven Inden iaere ons heren duijsent vijffhondert vijffendetses-
tich den negenendetwentichsten dach september
A. de Bije
Transfix.
Hangt aan: 26-05-1565
Aanhangend: 29-09-1565
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-A-1
29-09-1565. Schepenene: Hanrick die Groot en Hanrick die Raet
Wij Hanrick die Groot ende Hanrick die Raet scepenen in Zaltboemell tuijgen dat wij daer over
geweest hebben dair nae onsen vondenisse Jan van Deventer nae inhalt sijnre scepenen coip
brieve van Zaltboemell ingeset is overmits den gesworen richter van Zaltboemell tot allen
recht in allen erffenissen ende guederen Wauter Jansz binnen Boemell ende inden gerichte van
Zaltboemell gelegen, Ende die richter voirg. verboet voirt eenen ijegelicken op sijn lijff ende
goet dat hem nijemant die erffenissen ende guederen voirsz. in onderwonde noch die hant
daer aen en slege, hij en dede dat van wegen ende bij wille ende consente Jan van Deventer voir-
g. off hij en dede dat mit eenen beteren recht, In oirconde onser letteren gegeven Int jair ons
heren duijsent vijffhondert vijffendetsestich den negenendetwintichsten dach septembris
A. d. Bije
Transfix.
Hangt aan: 29-09-1565
Aanhangend: 30-09-1565
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-A-2
30-09-1565. Schepenen: Hanrick die Groot en Hanrick die Raet
Wij Hanrick die Groot ende Hanrick die Raet scepenen in Zaltboemell tuijgen dat voir
ons comen is Jan van Deventer ende heeft vercoift ende opgedragen voir thien pont
gever penningen .... die brieven daer desen tegen-
woirdigen brieff duersteecken is ...
.... Dirck van Malburch erflicken te besitten, Ende Jan van
Deventer voirsz. verteech op die brieven ...
... In oirconde onser letteren gegeven Int jaer ons heren
duijsent vijffhondert vijffendetsestich den dartichsten dach smaents septembris
A. d. Bije
Transfix.
Hangt aan: 29-09-1565
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-A-3
16-01-1566. Schepenen: Arien van Oever en Cornelis Baldewijnss
Wij Arien van Oever ende Cornelis Baldewijnss. scepenen in Salt-
boemel tuygen dat voer ons comen is Matheus van Huesden ende heeft geloeft
Jan Roelofss. die Groot thijns negen gouden keijsers Carolus gulden geng
ende geeve twentich stuver munte van Brabant voer datum van dese ge-
munt ende geslagen voer elcken gulden voerss. gerekent op Ste. Peters
dach ad Cathedram in den jaere vijfthienhondert acht ende tsestich ende soo
voort jaerlicx te heffen ende te boeren uuyt huys ende erve gelegen
binnen Boemel in die Gasthuys straet oostwaert naestgelegen
Dirck Merceliss. ende westwaert Gertruyt Jacobs dochter oft soo
wie met recht daer naest gelegen sijn voort uuyt allen sijnen erf-
fenissen ende guederen die hij nu ter tijt heeft ende noch vercrijgen sal
mogen binnen Boemel ende inden gerichte van Saltboemel gelegen.
Welcken thijns voerss. weert saecke dat die jaerlicx opten termijn
van betalinge niet betaelt en weere, soo sal daer alle weken daer
naestcomende eenen peen van drie stuver als voerss. opten voerss. thijns
wassen ende gaen. Welcken peen mitten thijns voerss. Jan voerg.
verhaelen sal mogen uuyten onderpanden voerss. soo wanneer hij niet
langer en sal willen beijden. Ende Matheus voerg. geloefde Jan
die Groot voerg. den voerss. thijns te waeren uuyten onderpande
voerss. ten eewigen daegen als recht is tegen allen den ghenen die
ten rechte comen willen. Voerbehalden dat Matheus voerg. den
voerss. thijns op ennigen termijn van betalinge als hij sulcx een
half jaer te vorene sal hebben op seeggen ende weten laeten, sal
mogen lossen in deser manieren. In den iersten mit alle verschenen
onbetaelden thijnssen. Ende daer nae mit anderhalff hondert gouden
Carolus gulden payments voerss. den voerg. Jan die Groot voer die
aflossinge des thijns voerss. te betaelen. Ende indien Matheus
voerg. den thijns te lossen als voerss. opsede ende alsdan opten selven
termijn dach niet en losten, soo sal Matheus voerg. vervallen wesen
inden voerss. thijns dubbel te betaelen, ende effenwael gehalden sijn
te lossen als voerss. staet. Voort ist conditie dat men alle bejaer-
de onbetaelde thijnssen vanden voerss. thijns mit eenfuldige rechtfurde-
ringe als der binner jaersscher verschene thijns sal mogen innen ende
winnen. In oirconde onser litteren gegeven int jaer ons Heren duysent
vijfhondert sesentsestich der sestienden dach 's maents januarij.
Transfix.
Aanhangend: 22-01-1566
Bron: Cartularium van het Gasthuis van Frederick Moliaert aan het kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566 (f. 13)
22-01-1566. Schepenen: Dirck die Gier en Huijbert Ghijsbertss
Wij Dirck die Gier ende Huybert Ghijsbertss. scepenen in Saltboemel
tuygen dat voer ons comen is Jan Roeloff die Groot ende heeft vercoft ende
opgedraegen voer hondert pondt gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn
den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende alle't gehaudt
des brieffs voerss. gelijck daer innen geschreven staet, heren ende mr.
Naydo die Raet als provisoir van heren Frederick Moliaerts gasthuys tot
behoeff den selven gasthuys erffelicken te besitten. Ende Jan Roeloffs.
voerss. verteech opten brieff ende op dat gehaudt des brieffs voerss. ende
geloefden daer op doen te verthijen alle die ghene die mit recht daer op
verthijen sullen, ende ten eewugen daegen te waeren als recht is tegen alle
die ghene die ten rechten comen willen. Ende alle voerplicht af to doen
van den selven. In oirconde onser litteren gegeven int jaer ons Heeren
duysent vijfhondert sesentsestich den twee en twentichsten dach januarij.

Accordeert dese transfix mitte voergaende
thijnsbrieff, mit sijne principaelen besegelde
brieven beijde bij der hant Mr. Aernt de Bije
geschreven ende elcx mit twee vuythangende sege-
len besegelt teste me scriba jurato Saltboemelensis.
J. de Bye.
Transfix.
Hangt aan: 16-01-1566
Bron: Cartularium van het Gasthuis van Frederick Moliaert aan het kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566 (f. 14)
12-08-1566. Schepenen: Gherit Gielisz en Cornelis Baldewijnsz
Wij Gherit Gielisz ende Cornelis Baldewijnsz scepenen in
Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is die geswo-
ren bode der stadt Zaltboemel ende heeft gegiet dat
hij van wegen Dirck van Malburch den weet ge-
daen heeft Wauter Jansz dat hem den aenfanck
verboden is van allen sijnen guederen binnen Boemell
ende inden gerichte van Zaltboemel gelegen, allet ver-
mogens den scepenen insettings brieff van Zaltboemell
die Dirck van Malburch voirg. opten voirsz. gue-
deren spreeckende heeft, In oirconde onser letteren gegeven
Int jaer ons heren duijsent vijfhondert sesende-
tsestich den twaelfsen dach smaents Augusti
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-B
22-09-1566. Schepenen: Arnt Feij en Cornelis Baldewijnsz
Wij Arnt Feij ende Cornelis Baldewijnsz scepenen in Zaltboemel tuijgen dat
voir ons comen is Dirck van Malburch ende heeft bestoirt allen erf-
fenissen ende guederen Wauter Jansz binnen Boemel ende inden gerichte
van Zaltboemel gelegen allet vermogens die insettingsbrieff van Zalt-
boemel die hij opten erffenissen ende guederen voirsz. spreeckende heeft In
oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren duijsent vijffhondert ses-
endetsestich den twenendetwintichsten dach septembris
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1817-C
25-03-1568. Jan Moliart en Gherit Schoeck, schepenen te Zaltboemel, verklaren dat Gherit Kanis, burger der stad Nijmmegen, in hun aanwezigheid de tollenaar aldaar verscheidene malen om vrije passage heeft gevraagd, hetwelk hem telkenmale werd geweigerd omdat hij eerst kwantiteit en kwaliteit van zijn goederen behoorde op te geven.
Opgedrukte zegels van de oorkondes onder een papieren ruit.
Bron:
Regesten Oud Archief Nijmegen, nr. 765
Archiefnaam: Stadsbestuur Nijmegen, Inv. 2693
Bron: Overigen
22-06-1568. Schepenen: Hanrick die Groot en Arnt Feij
.... als voirsz hebben Beelken ende Jan Anthonisz voirg. voirclage gedaen voir scepenen van Boemell Hanrick die Groot ende Arnt Feij ...
Bron: ORA Tuil, inv. 1242, f. 113v
Bron: Overigen
21-07-1568. Schepenen: Jan Moliart en Hubert Ghijsbertsz
Wij Jan Moliart ende Hubert Ghijsbertsz scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir
ons comen sijn Johan van Rossem heren to Poderoijen ende Meijnerswijck ende
Jenneken Ghijsbert Fessen dochter mit haeren gecoeren mombair ende hebben
vertegen op alsulcke huere als sij ennichsins hebben ende oir competeert aen
den brief daer desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ...
... tot behoeff Dirck vander
Horst als man ende mombaer joffer Oijda van Rossem natuerlicke dochter Jo-
hans van Rossem voirg. sijnre echte huijsfrouwe ....
Transfix.
Hangt aan: 06-11-1561
Aanhangend: 15-01-1577
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1810-5
07-10-1568. Schepenen: Jan Moliaert en Huijbert Gijsbertsz
Dirck Johan Dircxsz secretaris in Deijl ende Zuijlichem, den pantbrief van vier mergen lants, aut etc gelegen inden gerichte van Zaltboemel, op de Boemelsche weijen voor Bruechum, tussen paelgenooten ende welcken heer ende mr. Naijdo de Raet priester ende canonick binnen Boemel, ende pater ende confessoor des vrouwen convents binnen Boemel voersz, sampt joffr. Ermgart van Malsen ende Anna van Meteren procuratrix des voersz convents (elcx cum tut.) in naem ende van wegen des convents vsz aen Dirck de Gier, met gemeijne dijck op Boemel, op 7 8br. 1568 ten overstaen van schepenen Jan Moliaert ende Huijbert Gijsbertsz verlijdt hebben ... gecedeert ende opgedragen Matheus Gijsbertsz ... 20-2-1634.
Bron: ORA Zaltbommel, inv. 314, folio 204v
Bron: Overigen
23-06-1569. Jan die Groot en Gherit Schoeck, schepenen in Zaltbommel oorkonden, dat Mr. Arien Schoeck, kanunnik te Zaltbommel als provisor van Wedegonsgasthuys binnen Boemel voor 100 £ heeft verkocht aan Arnt die Bye de brieven, waar deze doorgestoken is geweest.
Oorspr. (Inv.nr. 106), met afgesneden plica.
Transfix.
Hangt aan: 21-01-1565
Bron: Familie Van den Steen van Ommeren en Wayestein, inv. 106 (reg. 14)
16-04-1570. Schepenen Dirck de Ghier en Jan Moliaert
Arien Geritss. Schoeck heeft de thijnsbrief voornoemd verkocht aan Hubert Ghijsbertss.
Secr. A. die Bije
Transfix.
Hangt aan: 04-03-1565
Aanhangend: 12-12-1594
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 215-2
02-06-1572. Schepenen: niet vermeld.
Wij schepenen in Salt Boemell ondersc. tuijgen dat voir ons coemen is Joest van Ghiessen als man ende mombaer joffrauw Anna van Malburch sijnre echte huijsfrauwe ende heeft met will ende consent sijne echte huijsfrauwe voergenoempt vercoft ende opgedraegen voer duijsent pont gever pennonge .... Vier mergen weij lants genaempt Inde Hoeve, die Henrick van Rossem ende? was rijssen? rechtevoert bruijcken sijn noch veerthien hont lants genaempt die Comme? ende den besiender Ghisbert Ghisbertsz rechtvoerdt in huere hebbende is / noch vijff mergen lants gelegen t’eijnde die vercht die Ghisbert van Moers in bruijck...g gehadt heeft ende Lambert Dircksz rechtevoerdt bruijckende ende in huere hebbende is / noch ... etc, lange opsomming ....
...
Adriaen die Cock van Delwijnen in eenen eijgendom erffelicken ende eweliken tho hebben ende tho besitten mette thijns daer jaerlicx vuijt gaende ...
...
Dit geschiede inden jaere ons heren duijsent vijff hondert twee ende tsoeventich den tweeden dach smaents junij, daer na tuijgen wij schepenen in Salt Boemell onders. dat voir ons coemen is Adriaen die Cock van Delwijnen ende heeft die vursz. lande, thienden sampt thijnsen .... etc ... wederom in een huere vuijtgegeven die voirgaende Joest van Ghiesssen ende joffrauw Anna van Malburch ....
....
... den derden dach smaents junij anno duijsent vijff hondert twee ende tsoeventich
NB. Dit is een vrij lang afschrift en bevat in tegenstelling tot wat er in staat, niet de namen van de schepenen.
Het tweede deel van dit afschrift is gedateerd 3-6-1572.
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1818
01-01-1573. Schepenen: Adriaen van Oever ende Cornelis Baldewijnss
Wij Adriaen van Oever ende Cornelis Baldewijnss. schepenen in Saltboemel tuijgen dat voir ons coemen sijn mester Arndt die Bije ende Hubert Gijsbertss. als executoirs des testaments ende vuijterste wille Mechtelt Lambert die Vaels dochter weduwe was Cornelis Arntss. ende hebben vercoft ende opgedragen alle alsulcke guederen sij als executoirs woe voirs. ontfangen ende noch machtich sijn, Peter Claess. ende Gherart Jacopss. als geconstitueerde wesenmesters des Wesenhuijs binnen Boemel te erigeren tot behoeff des selve Wesenhuijs in eenen eijgendomme erffelicken te hebben ende te besitten. Ende die executoiren vurs. geloiffden oick mede van oirentwegen alle voirplicht aff te doen van de guederen vurs. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren .... etc ...
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 66
15-01-1577. Schepenen: Jacop Jansz en Jacop van Meurs
Wij Jacop Jansz ende Jacop van Meurs schepen in Saltboemel tugen dat voir ons comen is Dirck
vander Horst den selve mede gelovende voir sijn onmondich kijndt vercregen ende verweckt
bij Oijda natuurlicke dochter Jans van Rossem heer to Poderoden ende heeft vercocht ende op-
gedragen ... die brie-
ven ende allet gehaut der brieven daer desen tegenwoirdigen brieff doir gesteken is ....
.... Herman Jansz van Deventer erffelick to hebben ind to be-
sitten ...
... vuijt huijs ende erve staende binnen die
stadt van Bomel in die Kerckstraet ten noirden die erfgenaemen Hanricks die Groot Gijsbert Moe-
rincx .....
Transfix.
Hangt aan: 21-07-1568
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1810-6
12-03-1577. Schepenen: Jacop Jansz en Jacop van Moirs
Wij Jacop Jansz ende Jacop van Moirs schepenen in Zaltboemel tugen dat voir ons comen is Jacop Jacopss genaempt Storm ende hefft vercocht ende opgedragen voir hondert pont gever pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn, huijs ende erve mit alles dat erdtvast ende nagelvast is staende binnen die stadt van Zaltbomel in die Koninxstraet oostwaert naestgelegen Lambert Jacopss ind westwaert Wilhem Goessen, streckende mitten voirsten eijnde ten noerden op die straet voersz. off wye daer all omme mit recht naest gelegen is, Willem Dirckss mit erfftijns jaelicx to betalen aen den gasthuijs binnen Bomel currents gelt vijff ind twintich stuvers ende sonder enigen anderen thijns, erffelick te hebben ende to besitten Ende Jacop Jacopss voirsz. verteech op huijs ende erve ind dat erdtvast ind nagelvast is woe voersz. tot behoeff Willem Dircksz voirsz. Hij geloeffden daer op to doen vertijen allen den ghenen die daer mit recht op vertijen sullen Hij geloeffden oick mede huijs ende erve ende all dat ertvast ind nagelvast is als voirsz. Willem Dircksz voirsz. te waren jaer ende dach als recht is ind voirts ten ewigen dagen .....? tegen allen den ghenen die des ten rechten comen willen ende allen voirplicht ind voircommer aff te doen vanden selven sonder den tijns voirsz. tot onsse stadtrecht als recht is. In oirconde onsser litteren gegeven in den jaer ons heeren duijsent vijffhondert soeven ins soeventich den twelfften dach Mert.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 12
05-12-1577. Schepenen: Hanrick Morinck en Ghijsbert Wijnrickss
.... Willem van Rossem Henrickss heeft vercoift ind opgedragen voir honder pont gever penn. den brieff dair desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut des brieffs voirscr. etc .... meijster Jan van Rossem in eenen eijgendom erffelicken te besitten etc ...
Transfix.
Hangt aan: 22-07-1544
Aanhangend: 14-10-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 223-b2
06-11-1579. Schepenen: Jan Mathijssen en Gerit Jansz Trip
Wij Jan Mathijssen ende Gerit Jansz Trip schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Willem Willemss ende heeft vercoift ende opgedragen voir vijftich pont ghever pennongen die hij ghiede dat hem betaelt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut des brieffs vurs. gelijck daerinne geschreven steet Arien Arntssen in eenen eijgendom erffelicken to hebben ende to besitten etc .... Datum ....
Transfix.
Hangt aan: 24-06-1538
Aanhangend: 21-08-1586
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 263-2
15-12-1579. Jan Mattijsz. en Ghoirdt Rochusz., schepenen in Zalt Bommell, oorkonden dat Catharina van Ghelre, bastaard, weduwe van heer Walraven van Arckell, ridder, een rente van 200 guldens 's jaars gaande uit de tol te Zalt Boemmell, verkoopt aan Willhem van Loon.
Bron: Huis Ammerzoden, inv. 19 (f. 225)
21-01-1583. Schepenen: Hillebrant de Ghier en Ghijsbert Geritss
Wij Hillebrant de Ghier ende Ghijsbert Geritss scepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is Mathijs Jacobss ende heeft gelooft Mr. Jan die Bije tot behoeff Herman Janss sijn swager thijns drie Carolus gulden twentich gesalveerde stuver munte van Brabant voer iegelicken gul. voers. gereeckent, oft ander goet paijment daer voer in ghelijcker weerden op St. Sijmon ende Juden dach toecomende ende soe voerts alle jaer ewelicken to betalen ende to boeren vuijth huijs ende erff staende ende gelegen binnen Boemell inde Kerckstraet tegen het Gasthuijs over tusschen Jan Michielss aen deen sijde ten suijden ende Margriet Antonis wedue aen dander sijde ten noerden, etc .... Datum etc ...
Transfix.
Aanhangend: 18-12-1588
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 230-1
04-04-1583. Schepenen: Hillebrand de Ghier en Ghijsbert Geritssoen
Wij Hillebrand de Ghier ende Ghijsbert Geritssoen scepenen in Saltboemell tugen dat voer ons comen sijn Cornelis Dirckss. ende Marij Beernts mit oeren gecoren momber ende hebben vercoft ende opgedragen voor hondert pont gever penningen die sij ghieden dat hem betaalt sijn, huijs ende erff staende ende gelegen binnen Boemell in de Corte Strickstraet tusschen Aelbert Jacobss. ten noorden ende Ffij? Milden? ten zuijden, streckende metten voersten eijnde ten oosten op die gemeijn straet voors. off soe wie met recht naestgelegen sijn, Beernt Aertsoen van Haeften in eenen eijgendom mit vijftien stuvers jaerlicx thijns daer vuijth to betalen erffelick to hebben ende to besitten Ende Cornelis Dirckss. ende Marij Beernts mit gecoren momber als voorscr. vertegen daer op tot behoeff Beernt Aertss. voerscr. ende geloofde doen verthijen allen die mit recht daer op verthijen sullen ende ten ewigen dagen mit volre waerschapp ten stadtrecht te waren als recht is tegen allen die ten rechte comen willen ende alle voerplicht aff te doen van den selve vuijtgenomen die vijftien stuvers jaerlicx thijns voers. In oirconde onsser letteren gegeven inden jaere ons heeren dusent vijffhondert drie ende tachtentich den vierden dach Aprilis.
E. de Bije s. in B.
Transfix.
Aanhangend: 17-12-1599
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 124-1
31-10-1583. Schepenen: Matheeus Hanricksz en Ghijsbert Geritsz
Wij Matheeus Hanricksz ende Ghijsbert Geritsz scepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is die gesworen bode
der stadt Saltboemell ende heeft geghiedt dat hij doer beveel des scholtz van Saltboemell van sheren wegen gemaent
heeft Alant Aertsz voir seeckere scepenen geloofte bij hem gelooft ende niet voldaen ghelijck die scepenen brieff van Salt-
boemell daer op gemaect ... etc ...
... nae onssen vonnisse Jan Dircksz scholtz voersz van sheren wegen gericht in tot allen recht overmits ...
... dit geschiede inden jaere XVc drie ende tachtentich den lesten dach octobris Daer
nae tuijgen wij Ewalt Jansz ende Herman de Laet scepenen in Saltboemell dat voir ons comen is die gesworen stadtbode
voersz ende heeft geghiedt dat hij verboden heeft als recht is drie sonnendagen ...
... allen die erffenisse ende goederen voersz. dat die te vercopen weeren ...
... etc .... Christiaen
van Berchem voer thien schellongen erffelick te besitten Ende dese coop is uutgestelt ses weecken In oirconde onser
litteren Gegeven inden jaere ons heren duijsent vijffhondert vier ende tachtentich den sestienden dach meert
Feitelijk 2 akten ineen, de tweede op datum 16-3-1584.
Transfix.
Aanhangend: 16-03-1584
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1821-1
16-03-1584. Schepenen: Ewalt Jansz ende Herman de Laet
Wij Ewalt Jansz ende Herman de Laet scepenen in Saltboemell tuijgen dat wij daer over geweest hebben daer
nae onsen vonnisse Christiaen van Berchem nae inhalt sijne scepenen coopbrieve van Saltboemell ingeseth in overmits
den gesworen richter van Saltboemell tot allen recht in allen erffenissen ende goederen toebehoerende Alant Aertsz binnen
Boemell ende inden gerichte van Boemell gelegen ... etc ...
... Inden jaere ons heren dusent vijffhondert vier ende tachtentich den sestienden dach meert
Transfix.
Hangt aan: 31-10-1583
Aanhangend: 17-03-1584
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1821-2
17-03-1584. Schepenen: Ewalt Jansz en Herman de Laet
Wij Ewalt Jansz ende Herman de Laet scepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is Christiaen van Berchem ende heeft
vercoft ende opgedragen voer thien pont gever penningen die hij ghiede dat hem betaelt sijn die brieven daer dese tegenwoerdige
grieff doersteecken is ende allet gehalt der brieven ghelijck daer inne geschreven staet Jan Dircksz scholtz tot behoeff des heren
erffelick to besitten ...
... Int jaer ons heren dusent vijffhondert vier ende tachtentich den soeventhienden dach meert
Transfix.
Hangt aan: 16-03-1584
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1821-3
14-07-1584. Schepenen: Jacob Jansz en Cornelis Jansz
Wij Jacob Jansz ende Cornelis Jansz schepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is Marijken Donckers naegelaeten wedue Jan Maess saliger mit oere gecoren mombaer ende heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen, die sij ghiede dat oer betaelt sijn, den brief daer dese tegenwoerdige brieff doersteecken is ende allet gehalt des brieffs ghelijck daer inne geschreven staet, Ghijsbert van Lanscroon mit alle aftersteecken daer vuijth verschenen erffelick te besitten. Ende Marijken voersz. verteech daer op ... etc ....
Secr. Egen de Bije
Transfix.
Hangt aan: 02-06-1551
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 26-2
22-05-1585. Schepenen Jacob Jansz en Eewalt Jansz
Cornelis soone Wouter Francken ende Peter Ariensz, hebben bekent voldaen te weesen, van een tijnske van eenen Hoorns gulden iaerlicks, twelck Huijbert Hanrixsz opden 19 dach der maent novembris, int iaer duijsent vijfhondert seven en dartich, voor scepenen Egon Woutersz ende Jacob Roeloff Jacobsz, uut huijs ende erff binnen deser stadt, tussen Jan Hanrixsz ter eener sijde ten noirden, ende Gerit Tijsz ter ander sijde ten suijden, streckende voorts met den eenen eijnde op Jan Petersz ten oosten, ende met den andere eijnde neffens des stats muijre ten westen, aut qui etc. modo competerende Hanrick Schoock als momber sijner huijsfrou Hillegund Cornelis van Boemel, te vooren weduwe was van Jan Berntsz vander Haere losbaer met seventiendalven Hoorns guldens, welcken tijnsbrief voersz. Splijnter Petersz opten 22. meij sjaers 1585 voor scepenen Jacob Jansz ende Eewalt Jansz, gecedeert ende opgedragen heeft aen Margrietken Gijsbert Corstens dr. van Gameren. Actum den maants Julij 1637
Bron: ORA Zaltbommel, inv. 315, f. 159v
Transfix.
Hangt aan: 19-11-1537
Bron: Overigen
10-07-1586. Schepenen: Lodewijck Jansz en Cornelis Andriessoin
Wij Lodewijck Jansz ende Cornelis Andriessoin scepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is Catherina Jan die Groots dr. mit oere gecore momber ende heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die sij ghiede dat oer betaelt sijn, die brieven daer dese tegenwoerdige brieff doersteecken is ende allet gehalt der brieven ghelijck daer inne geschreven staet, Hanrick Moring Ghijsbertsz erffelick to besitten. Ende Catharina Jans die Groot dr. mit gecore momber als voerscr. verteech opte brieven ... etc .... Voert is voer ons comen Roeloff die Groot ende heeft vertegen opte brieven ende tgehalt der brieven voerscr. tot behoeff Hanrick Moring Ghijsbertsz voerscr. ende gelooffde mede alle voerplicht daer aff te doen van sijnentwegen. In oirconde ... etc .....
Egen de Bije s. i. B.
Transfix.
Hangt aan: 04-05-1551
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 171-2
21-08-1586. Schepenen: Jan die Vael en Matheus Hanrickss
Wij Jan die Vael ende Matheus Hanrickss scepenen in Saltboemel tuijgen dat voer ons comen is Ariaen Arntss ende heeft vercoft ende opgedragen voer vijftich pont gever penn. die hij ghiede dat hem betaelt sijn, die brieven daer dese tegenwoerdige brieff doersteecken is ende allet gehalt der brieven ghelijck daer innen geschreven staet, Henrick Janssen erffelick to hebben ende to besitten. Ende Ariaen Aertss voirs. verteech daer op tot behoeff Hanrick Janss voerschr. ende geloeffde doen verthijen allen die mit recht daer op verthijen sullen etc.... Datum ....
Transfix.
Hangt aan: 06-11-1579
Aanhangend: 20-09-1599
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 263-3
31-12-1587. Schepenen: Jacob Jansz en Matheus de Groot
Wij Jacob Jansz ende Matheus de Groot scepenen in Saltboemel tuijgen dat voor ons
comen is Jutken Dirck Foncken huijsfr. mit oere wittige mombaer ende consent
van oere man voersz. ende heeft in kraft van testament oft oeren vuijtersten
will gemaect ende geordonneert Ierstelick dat sij will dat die hylicxvorwar-
de tusschen Dirck Fonck haere man voirsz ende haer opgericht in alle puncten
voldaen ende voltogen sall worden voert soe maect ende legateert sij Jan Geritsz
oer broeder die somme van vijftich gul. tot twentich stuiver tstuck nae haere doet
te ontfangen Noch soe will ende maect sij dat Lijntgen haer dochter bij haere
voerman vercregen alles sall hebben wat sij voert afterlaet dan en sall tselve
niet comen in haeren handen noch bij haer vercoft verbrocht oft vermindert mo-
gen worden ..... etc, etc .....
.... In oirconde onser litteren gegeven inden
jaere ons heren dusent vijffhondert acht ende tachtentich den lesten dach de-
cembris naer tschrijven der stadt Saltboemel
     J de Bije
Vanwege het gebruik van de Kerststijl valt de akte in 1587.
Bron: ORA Deil, inv. 1160 (losse oorkonde).
Bron: Overigen
14-12-1588. Schepenen: Matheus Hanricksss en Ghijsbert Geritss
Wij Matheus Hanricksss ende Ghijsbert Geritss scepenen en Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is jonc.r Ghijsbert van Lanscroon ende heeft gelooft Elbert Maess ende Mr. Jan die Bije als weesmrs. ende tot behoeff des weeshuijs binnen Boemell thijns negen Carolus gul. .... vuijth huijs ende erff binnen Boemell opt Kerckhoff tusschen heer Claes die Raeth aen d’een sijde ten oosten ende den Capellhoff ten westen ....
Egen die Bije, s. in B.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 223-a
18-12-1588. Schepenen: Goert Rochus en Cornelis Janss
Wij Goert Rochus ende Cornelis Janss. scepenen in Saltboemell tuijgen dat voer ons comen is Aelbert Janss ende heeft vercoft ende opgedragen voor vijftich pont gever penn. die hij giede dat hem betaelt sijn, den brieff dair dese tegenwoerdigen brieff doersteecken is ende allet gehalt des brieffs ghelijck daerinne geschreven staet Marijken Goert Snoecken dochter mit vier jaeren aftersteecken daer vuijth verschenen erffelick te besitten ende Aelbert Janss voers. verteech daer op etc....
Transfix.
Hangt aan: 21-01-1583
Aanhangend: 14-10-1595
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 230-2
11-03-1590. Jacob Jansz. en Matheus de Groot, schepenen in Zaltbommell, oorkonden, dat Catharina van Ghelder, bastaard, douairière tho Waerdemburch, en de juffers Walraven en Heylwich van Arckell, voor £.1000 verkocht hebben aan Gheorgyen van Arckell, heer tho Ammerzoyen en Well, hun rechten op een rentebrief ad 200 guldens 's jaars uit de tol te Bommell.
Bron: Huis Ammerzoden, inv. 19 (f. 234)
22-04-1591. Schepenen: Cornelis Janssen en Matheus Trip
Evert Pons, gerichtsbode, als hebbende special ...... ende procuratie van Jan van Vogelsanck, voor schepenen van Venlo Petrus Ulents ende Johan Ingenhuijs den eenentwintichsten vergangene maents gepasseert, heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever penn. den brief daer desen tegenwoerdigen brief duersteecken is .... Peter Ingenhuijs etc ....
Met een transfix dd. 18-1-1613.
Transfix.
Hangt aan: 09-04-1534
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 240-2
14-10-1591. Schepenen: Cornelis Janssen en Ewalt Janssen?
... meijster Jan van Rossem heeft vercoift ende opgedragen voir hondert pont gever penn .... die brieven dair desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut der brieven voirscr. .... Elbert Maess erfelicken te besitten .... etc ....
Transfix.
Hangt aan: 05-12-1577
Aanhangend: 14-10-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 223-b3
14-10-1591. Schepenen: Cornelis Janssen en Ewalt Janssen
... Elbert Maess heeft vercoift ende opgedragen voirt thien pont gever penn. ... die brieven daer desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut der brieven gelijcke daerinne geschreven steet, mitsgaders den onbetaelden affterstell .... Jan die Bije als weesmester ende ten behoeff des weeshuijs binnen Boemel erffelicken te besitten Ende Elbert Maess voern. verteech daerop ende geloeffden daerop doen verthijen allen die mit recht daerop verthijen sullen ... etc, etc ....
Jan de Bije s. in B.
Transfix.
Hangt aan: 14-10-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 223-b4
04-12-1591. De gasthuismeesters Joest Ghijsbertsz en Cornelis Geritsz Trip verlenen Jacop Jansz Raijmaecker een erfpacht.
erffpacht van vijfthien gulden iaerlicx tot twintich
stuver brabants valueert den gulden gereeckent to beta-
len op dach Martini toecomende, ende soe voirt alle iaer ewelicken
op dach Marini als voirss. vrij gelt sonder ennigerhande cor-
tinge, t’weer dan oick vuijt wadt saecke en ende bij wadt mid-
delen die bedocht soude moegen werden, als van oorloch, brant,
inundatie, desolatie der dorpes ende gelijcke anderen, van
welcken allen als oick vande ordonnantien tot sulcken fine nae-
maels optorichten enter? bijden Joncheren ende gerichten deses
Ampts off bij den Lantfurst off Lantscappe van Gelre
Jacop voern. wetentlick ende expresselick bij desen is re-
nuntierende Soe oick den eenen erffpacht in den anderen
verliep sal Jacop voern. in sulcken valle in eenen dub-
belden erffpacht vervallen sijn die de gasthuijsmesters inder
tijt metten verschenen erffpacht off erffpachten sonder eeni-
ge oppositie soe wanneer oir gelieven sall inforderen sullen
moegen soe met maninge als met pandinghe tot oirder optie
Ende Jacop voirn. geloefden den gasthuijsmesteren ende tot be-
hoeff als voirs. den voirs. erfpacht to waeren tegens allen die
des ten rechten coemen willen vuijten voirs. anderhalve mer-
gen lants ende voirts vuijt alles hij heeft ende vercrijgen mach
tot onsen stadtrecht Den voirn. Jacop sijne losse aenden voirs.
erffpacht voirbehalden soe? men? die vier? met hondert lost In
oirconde onser litteren gegeven int iaer ons heren duijsent vijfhon-
dert eenentnegentich den vierden Decembris

Ende was onderteickent JDBye 1 ende mit twee der
schepenen in groenen wasse vuijthangende segelen besegelt
Het begin van deze tekst ontbreekt in het Cartularium.
De gehele tekst staat vrijwel identiek in ORA Zaltbommel, inv. 306, folio 53v.
1. Jan de Bije.
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 154 / s. 239)
04-12-1591. Schepenen: Aernt Schoock en Matheus Trip
Wij Aernt Schoock ende Matheus Trip schepenen in
Saltboemel tuijgen dat voir ons comen is Dirck Francken ende
heefft van Joest Ghijsbertsz ende Cornelis Trip als gasthuijsmesteren
binnen Boemel inder tijt ende tot behoeff des gasthuijs voirss. aenge-
nomen vijf hont lants liggende inden gerichte voirs. ope tij-
nonghe? lantg. westwaert eenen Aelbert vanden Poll z.? oest-
waert ick Schoock, suijdtwaert die Tijningsteech?, to besitten
ende to gebruijcken ende to gebruijcken? in eenen erfpacht van?
vijf gulden vijff stuver tot twentich stuver brabants valueer....
den gulden gereeckent to betalen, op dach Martini toecoemende
ende soe voirt alle iaer ewelicken op dach Martini als voirs.
sonder ennigerhande cortinge, t'weer dan oick
vuijt wadt saecken, ende bij wadt middelen die
bedocht soude moegen werden, als van oorloch, brant,
inundatie, desolatie der dorpen ende gelijcke anderen
van welcken allen, alsoick vande ordonantien tot sulcken
fine naemaels optorichten, enter? bijden joncheren ende
gerichten deses Ampts off bijden Lantfurst off Lant-
scappe van Gelre Dirck Francken voirn. wetentlick
ende expresselick bij desen is renuntierende : Soe oick
den eenen erffpacht in den andere verliep sal Dirck
voirn. in sulcken valle in eenen dubbelden erffpacht ver-
vallen sijn, die de gasthuijsmesteren inder tijt mettem ver-
schenen erffpacht off erffpachten sonder eenige
oppositie soe wanneer oire gelieven sall inforderen sullen
moegen soe met maninge als met pandinge tot oirder
optie Ende Dirck Francken voirn. geloefden den gasthuijs-
mesteren ende tot behoeff als voirs. den voirs. erffpacht tho
waeren tegens allen die des ten recht coemen willen
vuijt vijf hont lants voirs. ende voirts vuijt alles dat hij
heefft ende vercrijgen mach tot onsen stadtrecht Den
voirn. Dirck Francken aender voirs. erfpacht sijnre
losse van? behalden? soe men die vier? met? hondert lost? In
oirconde onser letteren gegeven int iaer ons heren duijsent vijf-
hondert eenentnegentich den vierde Decembris

Ende was onderteickent JDBye ende mit
twee der schepenen in groene wasse vuijthangende
segelen besegelt
Deze tekst staat verkort in ORA Zaltbommel, inv. 306, folio 54.
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 154 / s. 239)
04-12-1591.
Wij Ewalt Jansz ende Aerndt Schoock schepenen in Salt-
boemel tuijgen dat voir ons comen is Michiel Willemsz
ende heefft van Joest Ghijsbertsz ende Cornelis Trip als gast-
huijsmesteren binnen Boemel inder tijt ende tot behoeff des gast-
huijs voirss. aengenomen vijf hont lants gelegen inden ge-
richte van Boemel opte Tijnonge eertijts vanden lange
Gerit gecomen, lantg. oestwaert Jan Versteghe westwaert
Thonis Hanricksz de Vrijes/Vrijer? ende suijdwaert die Tijningsteech
besitten ende to gebruijcken in .....? erfpacht
tot twentich stuvers brabants valueert? den gulden gereeckent to
betalen op dach Martini toecomende? soe voirt alle iaeren ewelicken
op? dach Martini als voirs. vrij gelt sonder ennigerhan-
de cortinge t'weer dan oick vuijt wadt saecke ende bij wadt mid-
delen die bedocht soude moegen werden, van welcke allen, als oick
vanden ordonnantien tot sulcke fine naemaels optorichten enter? bijden
joncheren ende gerichten deses Ampts off bijden Lantfurst off Lantscappe
van Gelre Michiel voirn. wetentlick ende expresselick bij desen
is renuntierende Soe oick den eenen erfpacht in de anderen
verliep sal Michiel voirs. en sulcken valle in eenen dubbelden
erfpacht vervallen sijn, die de gasthuijsmesteren inder tijt metten ver-
...... erfpacht off erffpachten sonder ennige oppositie soe wanneer
oir gelieven sall inforderen sullen moegen soe met maninge als met
pandinge tot oirder optie Ende Michiel Willemsz voirn. geloefden
den gasthuijsmesteren ende tot behoeff als voirs. den voirs. erfpacht to waeren
tegens? allen die desen ten rechte comen willen vuijt viijf hont lants
ende voirts vuijt alles hij heeft ende vercrijgen mach tot onser stadt-
recht Wel verstaende soe vere? hij vande voirs. vijf hont lants ont-
waert wordt sal hij vanden erffpacht ontslaennen? sijn ende bij in-
w.....nghe de ....? hem bijden gasthuijsmesteren overgelevert
sal wederom inden erfpacht gehalden sijn. Denselven Michiel
Willemsz van? gelijcken voirbehalden sijne losse? aen den erff-
pacht voirs. soe men die vier met hondert lost In oirconde onser
letteren gegeven in iaer ons heren duijsent vijfhondert eenentnegentich
den vierde Decembris

Ende was onderteickent: JDBye Ende mit twee der
schepenen in groene wasse vuijthangende segelen besegelt
Deze tekst staat verkort in ORA Zaltbommel, inv. 306, folio 54.
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 155 / s. 240)
04-12-1591. Schepenen: Jacop Jansz en Ewalt Jansz
         Rumbdt
Wij Jacop Jansz ende Ewalt Jansz schepen in
Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Ma-
theus Hanricksz ende heefft geloofft Joest Ghijs-
bertsz ende Cornelis Trip als gasthuijsmeesteren ende tot
behoeff des gasthuijs binnen Boemel ten ewigen
dagen tot onsen stadtrecht to waeren als recht is
tegens allen die des ten rechten comen willen, al-
sulcken erffthijns van achtendetwintichstalve
gulden iaerlicx als hij hierbefoerens voir schepenen
van Deijll bij het aen nemen van thien mergen
lants op Runbdt gelegen, tvoirs. t'gasthuijs verseec-
kert heefft In oirconde onser letteren gegeven int iaer
ons heren duijsent vijfhondert eenentnegentich den
vierden Decembris

Ende was onderteickent JDBye Ende mit twee
der schepenen in groonen wasse vuijthangende segelen
besegelt

Marge L:
waerscappe van’t voirgaende
Deze tekst staat verkort in ORA Zaltbommel, inv. 306, folio 53v.
De verwijzing naar “het voorgaande” betreft een akte op folio 189 voor schepenen van Deil, waar Rumpt onder valt.
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 189v / scan 268)
06-12-1591. Schepenen: Jacop Janssen en Matheus Trip
.... Jan Hanrickss verkoopt voor 100 pont een affterhuijsken staende affter aen Gerit Corneliss huijs, daer hij tegenwoordich inne woont in d’Olijstraet .... aen Gerit Corneliss ....
Jan die Bije s. in B.
Datum: "vóór de keur". Op 6 dec. wijzigen de schepenen, maar deze akte was van nog daarvoor.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 150
25-01-1593. Schepenen: Goirt Rochusz en Jan die Vael
    Transfixa supra predicta
Wij Goirt Rochusz en Jan die Vael scepen in Zaltboemel
tuijgen dat voir ons comen is Peter Moliaert ende heeft vercoft
vertegen ende gerenuncieert opten brief daer desen tegenwoerdi-
gen brief duersteecken is ende allet tgehaut des briefs gelijck daer
inne geschreven staet tot behoeff des Gasthuijs ende Heijligegeest-
huijs binnen Boemel erflicken to hebben ende to besitten In oir-
conde onser litteren gegeven int iaer ons heren duijsent vijfhondert
drieentnegentich den vijfentwintichsten Januarij
Transfix.
Hangt aan: 20-01-1546
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f. 34 / s. 71)
27-03-1593. Schepenen: Peter Moliaert en Jan die Vael
Wij Peter Moliaert ende Jan die Vael schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Anthonis Hanrickss ende Anna sijn dochter met oire gecoren mombaer ende hebben vercoicht ende opgedraegen voir vijftich pont gever penn. die sij gieden dat oir betaelt sijn huijs ende erff staende ende gelegen binnen Boemel in de Gamerse straet tuschen ...... Rutger Janss weduwe ostwaert Dirck Peterss westwaert, die statvesten noertwaert ende de straet voers. suijtwaert, Hanrick die Vael Goirtss sonder tijns in eenen eijgendom te hebben ende te besitten ... etc .... Datum ....
J Bije s. in B.
Transfix.
Aanhangend: 26-06-1597
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 221-1
14-01-1594. Schepenen: Jan die Vael en Matheus Hanricksz
Wij Jan die Vael ende Matheus Hanricksz schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Gerit Cornelissen ende heeft vercoicht ende opgedragen voir hondert pont gever penn. die hij gieden dat hem betaelt sijn, huijs ende erff staende ende gelegen binnen Boemel in die Olijstraet tuschen Agnes Cuppen noortwaert erffgenamen Meriken Melisdr suijtwaert Jan Hanricksz westwaert ende dvoersz. straet oestwaert off soe wie alomme mit recht naestgeerft is, Aert Janssen met negen stuver ende een half blanck jaerlicx erfthijns in eenen eijgendom te hebben ende to besitten Ende Gerit Cornelissen verteech daerop ende geloefden etc. In oirc. etc. Datum etc.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 156
10-10-1594. Schepenen: Aert Quijrinus Glummer en Matheus de Groot
Wij Aert Quijrinus Glummer ende Matheus de Groot schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen sijn Gerit Janssen ende Matheus Hanrickss burgermeesters inder tijt ende hebben vuijt name ende vanwege der stadt voers. ..... etc .... ende onsen medeschepenen, als oick van den quartiersluijden ...... aen Joist de Vos te hebben ende te besitten in eenen erffthijns van tien gulden ...... te betalen den twintichsten augusti toecomende jaers vijfentnegentich ende soe voert erffelick ende ewelick een huijsken staende aende d’oostzijde van de Nonnenpoort tuschen de Nonnenstraet noortwaert, een straet bij de magistraet beraemt oestwaert ende voirt het Nonnenclooster rondom naestgel., allet metten erve aen t’voirs. huijsken gelegen, to weten nae vuijtwijsen van de brieven van het huijsken ende van het huijsken tot op het middelste van den ...... aen de Nonnenpoort aen d’oestsijde van dien ende soe duergaende tot het clooster innewaert tot op seeckere muer nu meerendeels geruineerd etc. Datum etc.
J. de Bije s. in B.
Met 2 transfixen d.d. 9-1-1603 en 23-5-1643.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 195
12-12-1594. Schepenen: Aerndt Schoock en Jan Janssen
Elisabeth weduwe Hubert Ghijsbertss. heeft gerenuncieert opten brieve tot behoef des Weeshuijs.
Secr. Jan die Bije
Transfix.
Hangt aan: 16-04-1570
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 215-3
14-10-1595. Schepenen: Goert Rochus en Matheus de Groot
Wij Goert Rochus ende Matheus de Groot schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voer ons comen is Mariken Goirtsdochter met oire gecore mombaer ende heeft gewilt in cracht van testament dat nae oires doot erflick hebben ende behalden sullen, die huijsermen onder die vuijtverekonghe? vanden diaconen voir d’een helft ende die wesen deser stadt voir d’ander helft, den brief daer desen tegenwoerdige brief duersteecken is ende allet gehaut des briefs gelijck daerinne geschreven staet. In oirconde etc ... Datum .....
J. de Bije, s. in B.
Transfix.
Hangt aan: 18-12-1588
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 230-3
11-05-1597. Schepenen: Jacop Jansen en Gerit Jansen
Wij Jacop Jansen ende Gerit Jansen scepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen sijn Gerit Sanderssen ende Claes Cornelissen ende hebben vercoicht ende opgedragen voir hondert pont gever penn. die sij gieden dat hem betaelt sijn huijs ende erff staende ende gelegen in deser stadt in de Gamerse straet tuschen Cornelis Cloot ten osten ende Ariën? Petersen ten westen, off soe wie alomme met recht naest gelegen, Willem Ghijsbertsoen met drie gulden lostijns in eenen eijgendom te hebben ende te besitten. Etc. In oirc. etc. Datum etc.
J. de Bije s. in Z.B.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 40
26-06-1597. Schepenen: Jan Janssen en Walraven Vos
Wij Jan Janssen ende Walraven Vos schepenen in Zaltboemel tuijgen dat voir ons comen is Hanrick die Vael Goirtss ende heeft vercoicht ende opgedragen voer thien pont gever penn. die hij gieden dat hem betaelt sijn den brief ... etc .... Willem Janss metselaer in eenen eijgendom te hebben ende te besitten ... etc .... Datum ....
Transfix.
Hangt aan: 27-03-1593
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 221-2
20-09-1599. Schepenen: Jan Hanrickss en Tielman van Meurs
Wij Jan Hanrickss ende Tielman van Meurs schepenen in Zaltboemel tuijgen dat ick Jan Hanrickss mij selven aftuijgende aenterfolgende? den vuijtersten will ende believe mijnes z. vaders Henrick Janssen overgegeven ende getransporteert hebbe puerlick om godts wille den brieven daer desen tegenwoirdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut der brieven gelijck daer inne geschreven staet, Jan die Bije tot behoeff des weeshuijs binnen Boemell erfelick te besitten, etc ... Datum ...
Transfix.
Hangt aan: 21-08-1586
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 263-4
17-12-1599. Schepenen: Hanrick van Bothoelen en Jan Geritss Lodewijcx
Wij Hanrick van Bothoelen ende Jan Geritss Lodewijcx scepenen in Zaltboemel tugen dat voir ons comen is Bernt Aertss. ende heeft vercocht ende opgedraegen voir hondert pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn den brieff daer desen tegenwoerdigen brieff duersteecken is ende allet gehaut des briefs gelijck daer inne geschreven staet, Egbert Hubertss. erfflick te besitten. Ende Bernt voers. verteech daerop ende geloefde daer op doen verthijen allen die mit recht daer op verthijen sullen ende met volre waerscapp te waeren als recht is tegens allen des ten rechten comen willen ende alle voirplicht af te doen vanden selven. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heeren duijsent vijfhondert negenentnegentich den soeventienden dach decembris.
J. de Bije, s. in B.
Transfix.
Hangt aan: 04-04-1583
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen, inv. 124-2